Vandaag is het 1:a (första) december, oftewel de 1ste december. Rangtelwoorden in het Nederlands schrijven we als 1ste, 2de, 3de of 1e, 2e, 3e. In het Zweeds wordt 1:a, 2:a, 3:e geschreven. Alle rangtelwoorden in cijfers van 3 of hoger worden geschreven met een “:e” er achter. De dubbele punt wordt in het Zweeds in meerdere afkortingen gebruikt en soms zie je zo ook op borden langs de weg:

  • g:a gamla – oude
  • k:a kyrka – kerk
  • s:t sankt – sint, heilige, bijv. S:t Niklas
  • s:ta sankta – vrouwelijke vorm bijv. Sankta Lucia

Vandaag is het dus 1:a december en morgen 1:a advent. Meer en meer zie je dingen die met kerst te maken hebben in reclames en op tv. De online radiozender julradio.se is weer actief. Dus als je in december echt alleen maar kerstliedjes wilt horen kun je hier naar luisteren. Ze hebben ook een Android en een iPhone app zodat je ook onderweg niet verstoken hoeft te zijn van kerstliedjes. Als je aan één zender niet genoeg hebt zijn er ook nog P2 Klassisk Jul en P4 Bjällerklang. Ik vermoed (of vrees) dat er nog wel meer zijn.

De cast van de julkalender 2018 (Foto: Johan Paulin /SVT)

Ook op TV is er het nodige te beleven. Sinds 1960 zendt de SVT een adventskalender (julkalender in het Zweeds) uit. Het is ieder jaar weer een nieuw verhaal. De 24 afleveringen duren ongeveer een kwartier en iedere dag zie je weer een nieuw stukje. De kalender is hier te bekijken. Ook de Zweedse radio doet mee en heeft zijn eigen julkalender.

De adventskalender heeft zijn oorsprong in Duitsland rond 1880. Een moeder wilde de tijd tot aan kerst gemakkelijker maken voor haar vierjarige zoon Gerhard. Ze maakte daarom een stuk gekleurd karton met 24 koekjes. Gerhard mocht dan iedere dag een koekje eten tot aan kerst. Jaren later werd Gerhard Lang mede-eigenaar van een drukkerij. Hij herinnerde zich zijn koekjeskalender en dat inspireerde hem om de eerste gedrukte adventskalender te maken.

Plaatjesboek van Elsa Beskow

De eerste Zweedse adventskalender werd in 1934 uitgegeven door de Zweedse scoutingbond voor meisjes (Sveriges Flickors Scoutförbund). Het jaar daarvoor had hun voorzitter Henny Mörner een adventskalender uit Duitsland gekregen. Ze vatte het idee op om een Zweedse versie te maken waarvan de opbrengst naar de scouting zou gaan. Eerst ging het aanbod om de kalender te tekenen naar Elsa Beskow. Zij had echter geen tijd en stelde voor om Aina Stenberg MasOlle te vragen.  Hoe de adventskalender er uit moest zien was snel duidelijk: groter dan de Duitse, zonder glitters en met tomtes (kerstkabouters). De kalender kreeg de naam Barnens adventskalender. Het eerste jaar werden er 10.000 gedrukt. De kalender werd snel populair en tot 1964 maakte Aina Stenberg MasOlle de tekeningen. Ze was toen bijna 80 jaar. In 1973 besloot de scouting de kalender weer opnieuw te laten drukken. De kalender heeft ondertussen concurrentie gekregen van talloze andere uitgevers. Toch wordt nog ieder jaar een oude kalender herdrukt. Dit jaar wordt de kalender 1945 opnieuw gedrukt als adventskalender.

Barnens Adventkalender – De eerst verschenen adventskalender in Zweden.

Wij tellen ook af naar kerst met gezelligheid, sneeuw, open haard, lekker eten en samen zijn. Volgende week vieren alvast een beetje kerst in Groningen. We  zijn dan te vinden op de Zweedse Kerstmarkt. In de oude Suikerfabriek kun je alvast twee dagen genieten van alle gezelligheid rondom de Zweedse kerst. Je vindt ons in hal Malmö op nummer 87.

Onze blog op zaterdag scharen we onder de noemer lördagsmys. Lördag is zaterdag. Het werkwoord mysa betekent iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”,  geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten.

Het poollicht zien staat bij velen die het hoge noorden bezoeken op het verlanglijstje. Hoe verder naar het noorden en hoe langer je daar blijft hoe groter de kans. Er is echter geen enkele reisorganisatie die een noorderlichtgarantie afgeeft, een beetje geluk hoort er bij.

Noorderlicht

Wikipedia zegt het volgende over het poollicht:

Het poollicht wordt veroorzaakt door de zonnewind. Deze zonnewind is vooral sterk bij uitbarstingen (van plasmawolken) op de zon, waarbij grote hoeveelheden geladen deeltjes het heelal ingeslingerd worden. Dan wordt het poollicht ook beter zichtbaar tot extreem veel sterker. Het aardmagnetisch veld zorgt ervoor dat de deeltjesstroom in de omgeving van de aarde wordt afgebogen en in de buurt van de Noord- en Zuidpool met verhoogde snelheid de atmosfeer binnendringt. De van de zon afkomstige deeltjes bevatten veel energie, die in de bovenste kilometers van de atmosfeer door botsingen wordt overgedragen op zuurstof- en stikstofatomen. Die energie komt uiteindelijk weer vrij en wordt op 80 tot 1000 kilometer hoogte uitgestraald in de vorm van het kleurrijke poollicht.

Tot zover de natuurkundige verhandeling. Ongetwijfeld zal bij een fanatieke natuurkundige bovenstaande als het eerste door het hoofd schieten, of de korte variant: “wat grappig, botsingen van energiedeeltjes en atomen” om vervolgens zijn weg te vervolgen. Ik denk dat de meesten zich dat allemaal niet afvragen en zich gewoonweg vergapen aan het schitterende schouwspel.

Het poollicht in het noorden heet het noorderlicht oftewel Aurora Borealis. Op het zuidelijk halfrond heet het poollicht Aurora Australis oftewel zuiderlicht. Om het verschijnsel te zien moet je dus of naar het hoge noorden of naar het verre zuiden afreizen.

Als je het noorderlicht wilt zien is het handig om een aantal dingen te weten anders heb je een grote kans dat je voor niets in het donker staat te bevriezen. Bij helder weer zie je dan weliswaar een ongekende hoeveelheid sterren wat ook erg mooi is, maar je was er toch echt gaan staan voor het poollicht. Toch?

KP-index

Of je het noorderlicht zou kunnen zien kun je afleiden uit de KP-index die de sterkte aangeeft. Op onderstaande kaart kun je zien wat de index moet zijn wil je een kans maken om het noorderlicht te zien. Op de website van Aurora Service kun je de voorspelling voor de KP-index bekijken

Bij KP5 gaan we in Stöllet naar onze noorderlichtspotplek. Bij KP4 kunnen we met wat geluk het licht aan de horizon zien.

Voor je mobiele telefoon zijn er apps waarmee je de voorspelling en de index kunt raadplegen. Zelf gebruiken we op onze telefoon “AuroraAlerts” en “Aurora Fcst”. Ze geven een voorspelling op basis van de lokatie waar je je bevindt. Maar hoe wetenschappelijk het ook allemaal is, de natuur laat zich niet sturen en aan voorspellen heeft ze ook een hekel. Lange termijn voorspellingen voor het noorderlicht zijn behoorlijk onbetrouwbaar. Het beste zijn de korte termijn voorspellingen van enkel uren tot enkele dagen.

Noorderlicht

Lokatie

Veel mensen denken dat je in het uiterste van noorden van Noorwegen en Zweden moet zijn om het noorderlicht te zien maar dat is niet zo. Statistisch gezien is daar de kans groter, maar ook in midden Zweden heb je de mogelijkheid om het noorderlicht te zien. Ook plaatselijk zijn er een paar dingen waar je aan moet denken. De plek waar je gaat kijken moet bij voorkeur zo donker mogelijk zijn. Zelf kiezen we een plek waar we helemaal geen kunstlicht en lichtvervuiling zien en waar we vrij zicht op het noorden hebben.

Wanneer maak je de meeste kans?

In de wintermaanden van november tot maart maak je de meeste kans om het noorderlicht te zien. Het beste tijdstip om te gaan kijken is vaak tussen 20.00 uur en 02.00 uur. Als je de KP-index in de gaten houdt kun je ongeveer inschatten hoe laat je moet gaan kijken.

Kleur

Het noorderlicht kan veel kleuren aannemen, het is niet altijd groen maar kan bijvoorbeeld ook rood zijn. Verder heeft de sensor van je camera een andere gevoeligheid voor kleuren dan je oog dus een foto kan er wat anders uit zien.

Links krijgt het noorderlicht net een rode waas.

En verder

Afgezien van de lokatie is een heldere hemel noodzakelijk. Door een wolkendek zie je soms ook een gloed maar niet het noorderlicht zoals je dat op veel foto’s ziet. Verder heb je geduld nodig, veel geduld. Het licht varieert in sterkte vandaar het “dansen” dat je in veel filmpjes ziet. Een garantie op de bekende wervelende sluiers is er ook niet, het kan zich ook voordoen als een gloed aan de hemel. Daarnaast moeten je ogen aan het donker wennen. Na enkele minuten begin je al meer te zien, na een kwartier of langer zie je in het donker bijna optimaal. Dus neem de tijd en kijk tussendoor niet op je mobieltje of display van je camera. Wat je in de afgelopen minuten hebt opgebouwd is in een fractie van een seconde weer verdwenen en dan kun je opnieuw beginnen met je ogen aan het donker laten wennen.

En nu afwachten op een gunstig moment om te gaan kijken door regelmatig Aurora websites of een app te raadplegen. Je vindt ze door in de Playstore of Appstore te zoeken op Aurora of Aurora Forecast.

Screenshots van enkele apps

In de documentaire “In the land of the northern lights”  gaat Joanna Lumley, de actrice uit Absolutely Fabulous, op zoek naar het noorderlicht. Het is een mooie documentaire om te bekijken als je wat meer wilt weten over het noorderlicht. En net als in de TV-serie Absolutely Fabulous  zit er voldoende humor in.

https://www.youtube.com/watch?v=tQMDmB2z2j4?rel=0

 

“Ligt er al sneeuw?” is iets wat ons vanaf september regelmatig gevraagd wordt. Naarmate de winter vordert verandert de vraag in “Hoeveel sneeuw ligt er?” en in het voorjaar verandert de vraag naar “Ligt er nog sneeuw?”.

Nu ligt er in Stöllet inderdaad gedurende een deel van het jaar sneeuw. Na de zomer kijken veel Zweden uit naar de winter maar in het voorjaar zijn ze ook echt wel klaar met de sneeuw. Onze ervaring is dat in Stöllet de eerste sneeuwbui in oktober valt en we het laatste sneeuwbuitje eind april of begin mei zien. Op de hoger gelegen delen kan in mei nog zomaar een heel pak sneeuw liggen.

Mei 2017

De weersvoorspelling in de gaten houden is de meest eenvoudige manier om erachter te komen of het gaat sneeuwen. Als je wilt weten hoeveel sneeuw er ligt dan kun je terecht op de website van het SMHI. Het SMHI houdt ieder een seizoen een sneeuwdieptekaart (snödjupkarta) bij. De kaart wordt dagelijks bijgewerkt en zo kun je mooi het verloop van de sneeuwval volgen. De link naar de snödjupskarta vind je hier.

Snödjupskarta, Sneeuwdieptekaart – 8 maart 2018 – SMHI

Als je zo’n 6 maanden per jaar met een vorm van sneeuw te maken hebt, leidt dat tot de nodige woorden voor sneeuw en wat daarbij hoort: blötsnö, dagsmeja, drivsnö, flingsnö, glitter, isnålar, julesnö, klibbsnö, kornsnö, kramsnö, lapphandskar, lappvantar, lössnö, modd, nysnö, packsnö, pudersnö, pärlsnö, skare, skarsnö, slask, snö, snöblask, snöboll, snödrev, snödriva, snöfall, snöflinga, snöglopp, snögubbe, snökorn, snökristall, snömodd, snörök, snöslask, snöstjärna, snöstorm, snösörja, snöyra, spårsnö, storstadssnö, yrsnö. En dan is dit nog maar een deel van de woorden.

IJskristallen – Iskristaller

In het dagelijkse taalgebruik heb je de woorden gelukkig niet allemaal nodig. Als je kunt dat zeggen dat het sneeuwt: “det snöar” dan ben je al een aardig eind. Als er kramsnö, plaksneeuw, ligt dan is het tijd om een snögubbe, sneeuwpop, te maken of een snöbollskrig, sneeuwballengevecht, te houden. Als het te koud wordt dan verdwijnt het vocht uit de sneeuw en is het onmogelijk om er nog een bal van te maken en blijft er pudersnö, poedersneeuw, over.

Snögubbe (foto: 1 jan. 2018)

Sneeuw zorgt niet alleen voor mooie plaatjes maar ook voor leuke anekdotes:

Tijdens onze eerste winter in Stöllet toen Emma nog een stuk kleiner was lag er een dik pak sneeuw. Suzanne had Emma gevraagd een paar vetbollen voor de vogeltjes in de boom in de tuin te hangen. Dus ging Emma gewapend met vetbollen naar buiten. Toen Suzanne Emma bezig zag riep ze dat ze bollen hoger moest hangen. Emma antwoordde dat ze niet hoger kon. Waarna Suzanne pas zag dat ze tot haar middel in de sneeuw stond en inderdaad net bij de onderste takken kon.

De mannen die het kerkhof onderhouden maken ook onze oprit sneeuwvrij. Hierdoor hoeven we de auto niet aan de weg te laten staan en hoef ik alleen maar een paadje naar de voordeur te ruimen. Zo reden we keurig door naar het eind van de oprit om erachter te komen dat de sneeuw aan de zijkanten zo hoog lag dat we de portieren niet open konden maken.

Sneeuwschuiver met panne.

Op een van onze ritten zagen we dat ons een sneeuwschuiver tegemoet kwam. Omdat de weg smal was zochten we een plekje om ruimte te maken zodat hij ons kon passeren. We stonden een tijdje stil en zagen dat de sneeuwschuiver ook stil stond. We zijn toen doorgereden en toen we bijna bij de sneeuwschuiver waren kwam de chauffeur op ons af gelopen. Hij vond het vervelend, maar de sneeuwschuiver was stuk en hij blokkeerde nu de hele weg. Hij had al doorgegeven dat hij pech had en dat de hulp nog wel even op zich liet wachten. We zijn toen gekeerd en hebben een andere route naar onze bestemming gezocht.

Februari 2018

Op naar de winter! Als er in het voorjaar nog een sneeuwbui valt zal er vast wel een Zweed het verzuchten: helvetes jävla skitsnö 🙂

 

Morgen is het 11 november, de naamdag van St. Maarten. In Nederland gaan de kinderen in sommige plaatsen langs de deuren met lampions. Ze zingen dan een liedje over St. Maarten en krijgen iets lekkers.

In Zweden noemt men de dag waarop St. Maarten gevierd wordt Mårtensmässan, de dag ervoor heet Mårtensafton, vrij vertaald St. Maartens’ avond. De Zweden vieren feesten graag de avond, afton, van te voren. Voor de meeste feestdagen hebben ze een “afton”, julafton (kerst), påskavond (pasen), pingstafton (pinksteren), valborgsmässoafton (walpurgis), midsommarafton (avond), etc.

Verraders!

Mårtensafton wordt ook wel Mårtensgås, St Maartens’ Gans genoemd. Hoe die gans verbonden is met St. Maarten is een stuk geschiedenis. Maarten werd geboren in het jaar 316 in de Romeinse provincie Pannonia, een streek die heden ten dage in Hongarije ligt. Maarten moest van zijn vader, die officier was in het Romeinse leger, het leger in. Toen hij een bedelaar ontmoette gaf Maarten hem de helft van zijn mantel omdat hij als arme soldaat zelf ook geen geld had. Maarten verrichte meer goede daden en de bewoners van Tours wilden hem graag tot bisschop wijden. Maarten wilde dat niet en verstopte zich in een hok met ganzen. De ganzen begonnen echter zo hard te gakken dat Maarten ontdekt werd en alsnog tot bisschop gewijd. Omdat de ganzen Maarten verraden hadden worden ze in delen van Zweden en sommige andere landen als straf gegeten.

Een typisch Mårtensgås diner ziet er als volgt uit:

  • Svartsoppa; een soep van bouillon en ganzenbloed op smaak gebracht met siroop, wijn, azijn, kruidnagel, gember en peper. De soep wordt bij voorkeur geserveerd met partjes appel of pruimen en worst van ganzenlever.
  • Gebraden gans
  • Appeltaart

Voor de liefhebbers: op internet en ook de website van de ICA zijn recepten voor svartsoppa, gans en appeltaart te vinden. Er zijn ook varianten zonder ganzenbloed waarbij bouillon getrokken wordt van gans. Het menu is rond 1850 bedacht door de eigenaar van het restaurant Piperska muren in Stockholm.

Op een Zweedse kalender staat bij 10 november dat het de naamdag is van Martin en Martina, dit is niet de naamdag van St. Maarten, maar de geboortedag van Maarten Luther (Martin Luther), de theoloog en reformator. Bij 11 november staat St. Maarten, Mårten. Toevallig is het in Zweden morgen ook nog eens vaderdag, Fars dag. Vaderdag in Zweden valt altijd op de tweede zondag in November.

Om het helemaal compleet te maken: het tekstje “24 e tref.” verwijst naar de “trefaldighets dag”, drievuldigheidsdag. Dit is de eerste zondag na pinksteren, morgen is het de 24ste trefaldigheits dag”. En zo staat er op een Zweedse kalender wat meer dan alleen de dagen van de week.

St. Maarten en de bedelaar – El Greco

 

 

Vandaag is het 3 november en is het allerheiligen of zoals ze in Zweden zeggen “Alla helgons dag”. Vroeger viel deze feestdag net zoals in de meeste landen op 1 november, maar door wat schuiven met feestdagen is deze dag verplaatst.

Het geschuif met deze dag is in 1953 gebeurd. Vroeger viel allerheiligen op 1 november en heette ook “Alla helgons dag”. In de kerk werd dit op de eerste zondag in november gevierd. Wat natuurlijk niet altijd 1 november was.  In 1953 werd besloten om “alla helgons dag” te vieren op de zaterdag tussen 31 oktober en 6 november. De zaterdag was toen nog een gewone dag en nu had iedereen er een feestdag bij.

Op onze kalender staan beide dagen. Als een dag rood is, is dat een feestdag. Voor de zekerheid staat bij zondag: “Zondag na allerheiligen”.

Om voor een buitenstaander de verwarring compleet te maken, wordt 1 november aangeduid als “allhelgonadagen” en de allerheiligen als “alla helgons dag”.  Waarbij opgemerkt moet worden dat “allhelgonadagen” en “alla helgons dag” allebei allerheiligen betekenen. Overigens wordt het weekend waarin “alla helgons dag” valt aangeduid met “Allhelgonahelgen”, het allerheiligenweekend.

We merken dat het een dag is om even stil te staan bij de overledenen en zien dat op het kerkhof naast ons huis op vrijwel alle graven een kaarsje brand. Als we ‘s nachts uit ons slaapkamerraam kijken zijn al die kaarsjes een mooi gezicht en aan de hoeveelheid kaarsjes te zien wordt er aan iedereen even gedacht.

Als we in Zweden zijn plaatsen we meestal een kaars op de standaard bij de minneslund.