Het gebied Mangen ligt tussen de meren Mången och Trehörningen in Värmland. Hier vind je overblijfselen van de oude koper- en ijzergroeves. In het gebied is een tweetal wandelingen uitgezet, een van 3 kilometer en een van 10 kilometer die je langs de groeves leiden.  Onderweg staan er informatieborden die je iets vertellen over het gebied.  De grootste groeve werd geopend in 1564, rond 1900 is men gestopt met het delven van erts. Een deel van de groeves is onderwater gelopen, en een deel is open. Onderweg kom je ook langs de overblijfselen van de het huis van Nils Olsson (1826 – 1896). Nils was enorm sterk en groot, hij had schoenmaat 54. Daar waar de meeste mijnwerkers hun erts met paard en wagen vervoerden trok hij de wagen zelf omdat hij geen paard had. Onderweg wandel je door bossen, langs groeves en ruïnes en kun je genieten van het uitzicht op het meer Mången.

Het wandelpad

Vitsippa

Hej! Iemand heeft de moeite genomen om de wandelaars te begroeten.

Storgruvan

Een van de oude gangen.

In de verte het meer Mången

Elke zaterdag verschijnt er op onze blog een “lördagsmys”. Lördag is zaterdag. Het werkwoord mysa betekent iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten.

In onze reisgids Värmland, ongerept en avontuurlijk Zweden vind je naast wandelingen ook toeristische tips over Värmland in Zweden.

Op 30 april is het Valborgsmässoafton, de Walpurgisnacht. Sinds de 15de eeuw wordt het feest gevierd ter nagedachtenis aan de heilige Sint Walpurga (Valborg). Zij werd op 1 mei heilig verklaard en zo raakte haar naam verbonden aan de lentefeesten die op die datum gevierd worden.

Walpurgnisnacht uit Faust

Walpurga werd rond 710 geboren in Engeland en stierf in Heidenheim in Duitsland in 779. Ze was de dochter van koning Richard van Wessex. Als non evangeliseerde ze samen met Bonifatius (ja, die van Dokkum) en haar broers in wat nu Duitsland is. Na haar overlijden werden in de nacht van 30 april op 1 mei 870 haar relieken overgebracht naar Eichstätt, waardoor deze nacht de Walpurgisnacht genoemd wordt. De St. Willibald kerk in Eichstätt (Duitsland) is aan haar gewijd en uit de rots waarop haar relieken geplaatst zijn schijnt een geneeskrachtige olie te komen.

In de voorchristelijke tijden geloofden de heidenen dat in deze nacht de boze machten vrij spel hadden. In die nacht zouden heksen op bezems en bokken naar de oude offerplaatsen vliegen. Om de heksen te verjagen maakte men lawaai door met geweren te schieten en op hoorns te blazen en stak men grote vuren aan.
In de beschrijving van de Walpurgnisnacht in Faust, van Goethe, werd de heksensabbat gevierd op de berg Brocken (Blocksberg) in de Duitse Harz. Volgens het verhaal verkocht Faust hier zijn ziel aan Mefisto, de duivel.

De meeste Zweden vieren Valborgsmässoafton niet vanwege de heilige Valborg maar meer als lentefeest en de terugkeer van het licht. Daarmee is de viering ouder dan het christendom. Het christendom breidde zich pas later uit in het noorden en zocht toen verbinding met de oude heidense feesten. Oorspronkelijk werden de vuren niet aangestoken om heksen weg te jagen maar om het oude te verbranden en plaats te maken voor het nieuwe. Dit paste goed bij het paasfeest van de christenen, omdat dat gaat over sterven en leven. Hierdoor hebben de vuren een betekenis in de heidense en de christelijke traditie. Toen het christendom zich uitbreidde werden kerken vaak gebouwd op de plaatsen waar de heidense feesten gehouden werden. Hierdoor raakte het christendom ook verbonden met de plaats van de feesten.

Valborgvuur

Odin

De vikingen eerden op 1 mei hun vruchtbaarheidsgoden Freyr en Freya. Daarnaast stonden ze ook stil bij het offer van Odin (Wodan). Odin hing zich aan zijn voeten op aan een van de takken van Yggdrasil, de levensboom uit de Noordse mythologie, en stak zichzelf in de borst met zijn speer. Zo hing hij ondersteboven aan de boom en staarde naar beneden in het water van een bron. Hij wilde niet dat de andere goden hem te hulp kwamen en bleef zonder eten en drinken negen dagen hangen. Op het einde van de negende nacht zag hij runen in de diepte van de bron. Zijn offer was aanvaard. Odin schreef de runen met zijn eigen bloed in het zand en zijn beproeving eindigde.

Dat dit allemaal op 1 mei samenkomt is niet zomaar. Op het oude Keltische zonnewiel of jaarwiel, dat ook door de Germanen gebruikt werd, is het een zogenaamd kwartpunt tussen de winterzonnewende en midzomer (de kortste en de langste dag).
Toevallig is koning Carl XVI Gustaf van Zweden ook nog eens op 30 april jarig.

Pasen, Påsk, is een van de belangrijkste christelijke feesten. Christenen vieren dat Jezus opstaat uit de dood nadat hij gekruisigd en begraven is. Vandaag de dag is Pasen een mengeling van religie en volksgeloof en is het vooral een lentefeest. Veel Zweden zijn vrij, gaan op vakantie en eten lekker. In Zweden worden de paastakken meestal versierd met gekleurde veertjes. Verder kennen ze natuurlijk ook de paaseieren, kuikentjes etc. als versiering.

De week voor Pasen heet de goede week of stille week, stilla veckan. Christenen staan stil bij het lijden en sterven van Jezus.
De week begint met blåmandag, blauwe maandag. Deze aanduiding komt van het Duitse Blauer Montag uit de tijd dat het altaar en de beelden in de kerk met blauwe doeken bedekt werden. Onze blauwe maandag vindt hier ook zijn oorsprong, vroeger was dit voor gilden vaak een vrije dag of werd er op halve kracht gewerkt. Soms wordt de maandag ook wel zwarte maandag genoemd.

Na maandag volgt de witte dinsdag, vita tisdagen. Onder andere in Bohuslän moesten op zwarte maandag alle schoorstenen geveegd en schoongemaakt zijn zodat ze op dinsdag mooi wit zouden zijn. In Värmland werden op witte dinsdag de poten van de geslachte varkens gekookt en gegeten. De botten bracht men één voor één terug naar de stal zodat de varkens in herfst weer groot en dik zouden zijn.

De woensdag heet dymmelonsdag, in het Nederlands schortelwoensdag. Op woensdag wordt het luiden van de klokken opgeschort tot en met Stille Zaterdag. In Zweden wordt op dymmelonsdag de ijzeren klepel van de kerklok vervangen door een houten klepel (dymmel) zodat het geluid doffer werd. Of er wordt stof om de klepel gewikkeld om de klok doffer te laten klinken.

Witte donderdag heet in Zweden Skärtorsdag. Witte donderdag verwijst naar de gewoonte om het altaar en de kruisbeeld in de kerk te bedekken met een wit kleed. Het voorvoegsel skär voor torsdag (donderdag) komt van het oude noorse woord voor schoon, blank, mooi, helder. Skärtorsdag is ook een dag van reiniging.

De donderdag voor Pasen had ook een betekenis in het oude volksgeloof. Heksen reisden op die dag naar Blåkulla om de heksensabbat te vieren met de duivel. De heksen vlogen dan op een bezem, een pook of andere alledaagse gebruiksvoorwerpen. Het was dan ook verstandig om alle voorwerpen die een heks zou kunnen gebruiken te verstoppen. De schoorsteenklep werd afgesloten om te voorkomen dat een heks binnen zou komen. Geweerschoten in de lucht konden gebruikt worden om heksen te verjagen. Met Pasen keerden de heksen weer terug. (dus mocht je iemand kennen die toevallig “op vakantie” is deze dagen …) Als je in de paastijd door Zweden rijdt zie je af en toe bij een huis een pop van een heks. In de 19de eeuw is de traditie ontstaan dat kinderen zich verkleedden als heks, påskkärring, en langs de deuren gingen om iedereen een vrolijk pasen te wensen in ruil voor snoepgoed.

Goede vrijdag heet in het Zweeds Långfredag, lange vrijdag. De naam lange vrijdag is ontstaan omdat deze dag een lange en moeilijk dag was voor Jezus.
Zaterdag is het Påskafton, Paasavond. In het Nederlands wordt de dag ook Stille zaterdag genoemd omdat de klokken niet luiden tot aan de Paaswake. In Zweden wordt Påskafton in vergelijking tot eerste Paasdag steeds belangrijker. Net zoals Kerstavond, Julafton, wordt ook Paasavond steeds meer gevierd.

Zondag is het dan eindelijk Påskdagen, Pasen. Tijd voor het paasontbijt en een dag om erop uit te gaan!

Glad Påsk,  Vrolijk Pasen!

Een autokerkhof, bilkyrkogård, staat bij de meeste vakantiegangers niet bovenaan het lijstje als het gaat om te bezoeken bezienswaardigheden. Toch ligt er in Värmland een die echt de moeite van het bezoeken waard is. Het autokerkhof in Båstnäs bevat ongeveer duizend auto’s uit de jaren 30 tot 70 van de vorige eeuw. Deze unieke plaats is decennia lang het eigendom geweest van de broers Tore en Rune Ivansson. In hun autosloperij demonteerden ze auto’s en verkochten de onderdelen. Het grootste deel vond zijn weg naar Noorwegen, dat na de Tweede Wereldoorlog arm was en waar auto-onderdelen moeilijk te verkrijgen waren. Dit is ook de reden dat er vroeger veel autosloperijen langs de grens waren.

Beide broers woonden op de boerderij en verkochten tot ongeveer 1980 auto’s en onderdelen van voornamelijk Amerikaanse auto’s. De broers Ivansson zijn jaren geleden overleden. De oude sloperij is vandaag de dag een autokerkhof van de achtergelaten auto’s. De natuur heeft in al die jaren niet stilgestaan en heeft de wrakken overwoekert waardoor het geheel een bizarre en soms zelf spookachtige aanblik krijgt. 

Båstnäs bilkyrkogård is nu een bezienswaardigheid en trekt jaarlijks vele bezoekers waaronder veel fotografen en kunstenaars.

(ondanks dat het allemaal autowrakken zijn is het niet de bedoeling dat je iets stuk maakt of meeneemt)

Båstnäs Bilkyrkogård is een van de vele toeristische tips uit onze reisgids Värmland, ongerept en avontuurlijk Zweden

Elke zaterdag verschijnt er op onze blog een “lördagsmys”. Lördag is zaterdag. Het werkwoord mysa betekent iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten.

Zweden kent het allemansrecht, allemansrätten, dankzij dit unieke recht mag iedereen zich vrij bewegen in de natuur zelfs op plaatsen die het eigendom zijn van iemand anders. Dit betekent niet dat je zomaar mag kamperen in de tuin van de buren, tenzij je toestemming hebt. Maar je mag wel door het bos van de buren wandelen en bessen plukken zonder het te vragen. Kortom er mag veel maar niet alles.

Het allemansrecht is een oud gewoonterecht dat stamt uit de middeleeuwen. Sinds 1994 is het allemansrecht opgenomen in de Zweedse grondwet: “Iedereen moet toegang hebben tot de natuur volgens het allemansrecht”. De tekst zegt echter niets over wat het recht nu precies inhoudt. Het allemansrecht is dan ook geen echte wet maar is omgeven met wetten die de grenzen aangeven van wat mag en wat niet mag. Zo mag je bijvoorbeeld niet wandelen over grond of beplanting of andere eigendommen die hierdoor kunnen worden beschadigd en mag je je niet zodanig op iemands terrein begeven dat je huisvredebreuk pleegt.

Zodra je je in de natuur begeeft of het nu is om te wandelen, zwemmen, kanoën, picknicken of kamperen maak je gebruikt van het allemansrecht. De grondregel voor het recht is: “Störa inte -Förstöra inte” oftewel “Verstoor niet – Verniel niet”.

Wandelen mag overal behalve op gecultiveerde grond of de grond die bij een huis hoort.

Fietsen (mountainbiken) mag in principe overal maar vermijd zachte paden omdat ze snel beschadigd raken. Er is geen algemeen verbod voor het fietsen op wandelpaden. De paden zijn aangelegd voor wandelaars wat betekent dat ze voorrang hebben.

Het plukken van bessen, paddestoelen en bloemen is toegestaan tenzij het beschermde soorten zijn.

Vuur maken mag als de omstandigheden veilig zijn. Het vuur mag zich niet kunnen verspreiden. Verder mag je hout sprokkelen. Je mag echter geen takken van bomen afbreken of bomen kappen. Ook een omgevallen boom mag je niet gebruiken. Tijdens periodes van droogte gelden er soms andere regels, een gemeente of provincie kan bijvoorbeeld alle open vuur verbieden. Maak ook geen vuur op rotsen omdat die kunnen barsten door de hitte. Het meest verstandige is om een aangelegde vuurplaats te gebruiken.

Kamperen met een tent (geen camper/caravan) mag overal zolang je niemand stoort of iets vernielt.

Afval gooi je in de vuilnisbak (let op dat het niet weg kan waaien) of neem je meer naar huis. Als je iets mee kunt nemen kun je het ook mee terug nemen.

In Nationale parken en natuurreservaten gelden andere regels. Kijk daarom eerst op de informatieborden om te zien welke regels daar gelden.

Bij twijfel raadpleeg de website van het Naturvårdsverket (Engels) of Håll Sverige Rent (Nederlands) waar je veel meer informatie vindt of gebruik je gezonde verstand.

Het allemansrecht is overigens niet uniek. Ook Finland heeft een vergelijkbaar recht dat zijn oorsprong heeft in de 600 jaar gemeenschappelijke geschiedenis die Finland en Zweden hebben. In Noorwegen is het allemansrecht al 60 jaar onderdeel van de Friluftsloven.

Let op! Campers, caravans, motorvoertuigen etc. vallen niet onder het allemansrecht maar de zogenaamde terrängkörningslagen. Deze voertuigen horen op de weg en niet in de natuur. Dit betekent dat je vrij mag kamperen met je tent maar niet zomaar je camper/caravan op zo’n plek mag zetten.