Op de grens van Zweden en Noorwegen ligt een uitgestrekt bos wat aangeduid wordt als Finnskogen. Het gebied strekt zich uit over de het oostelijke deel van de provincie Hedmark in Noorwegen en het noordwestelijke deel van Värmland in Zweden. Hier vind je onder andere de wandeling 7-Torpsleden, een prachtige wandeling door de bossen met een geschiedenis.

Een wandeling met een geschiedenis.

Karel IX

In de zeventiende eeuw maakte Finland deel uit van Zweden. De Zweedse koning Karel IX (1604-1611) stimuleerde de vestiging van Finnen in het eigenlijke Zweden. Zo beloofde hij zes jaar vrijstelling van belasting. De Finnen werden gevestigd in Värmland om het gebied op de grens met Noorwegen te bevolken. De bossen waren dicht en onherbergzaam en de Finnen voorzagen in hun bestaan door het het omhakken en afbranden van stukken bos (ook wel svedjebruk genoemd) om ze geschikt te maken voor landbouw. De plaatselijke bevolking had het niet zo op met de Finnen en hun leefwijze, wat tot spanningen en vervolging van de Finnen leidde. Daarop werd in 1636 een decreet uitgevaardigd waarbij alle Finnen die niet geregistreerd stonden als belastingbetaler werden uitgewezen. Dit betrof bijna alle Finnen en velen verhuisden daarom naar Noorwegen.

In Finnskogen zijn er echter nog sporen achtergebleven van de aanwezigheid van de Finnen. De wandeling 7-torpsleden leidt je langs zeven van deze Finse nederzettingen (torp). De wandeling gaat over de oude paden die vroeger gebruikt werden. Onderweg passeer je: Lomstorp, Svartbäcken, Österby, Lebiko, Kissalamp, Vallis och Ritamäki. Met uitzondering van Österby en Lebiko liggen alle nederzettingen in het Zweedse deel van het bos. Een deel van de nederzettingen is vervallen en op sommige plekken zijn nieuwe huizen gebouwd. Ritamäki is een van de best bewaarde en de weidegrond eromheen is beschermd natuurreservaat.

Ritamäki

De “rökstugan” bij Ritamäki. Er staat wel een schoorsteen op maar binnen is geen rookkanaal. De rook van het vuur vind toch wel zijn weg naar buiten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pad tussen Lebiko in Noorwegen en Kissalamp in Zweden gebruikt door vluchtelingen. Het pad werd toen “Frihetens farliga väg”, oftewel “het gevaarlijke pad van de vrijheid” genoemd.

Kissalamp

7-Torpsleden is ongeveer 8 kilometer lang en van gemiddelde zwaarte. In onze reisgids Värmland, ongerept en avontuurlijk Zweden is dit een van de wandelingen die is opgenomen naast alle andere toeristische tips over Värmland.

Elke zaterdag verschijnt er op onze blog een “lördagsmys”. Lördag is zaterdag. Het werkwoord mysa betekent iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten.

Als je vanaf Orsa, in Dalarna, de E45 verder naar het noorden volgt passeer je na een aantal kilometer de afslag naar Pilkalampinoppi. Pilkalampinoppi is een berg en bovenop die berg staat een van de weinige brandtorens die bewaard zijn gebleven.

Het systeem met brandtorens om bosbranden tijdig te ontdekken ontstond aan het einde van de 19de eeuw. Bosbouw werd steeds belangrijker en ook de waarde van het bos steeg. Het was daarom belangrijk om een bosbrand tijdig te zien voordat deze al te grote schade kon aanrichten. In het begin gebruikte men bergtoppen en hoge bomen als uitkijkpunt. Maar na een tijdje vond men dit te bewerkelijk. Iedere keer in een hoge boom klimmen en rondkijken of blootgesteld aan de elementen op een bergtop staan is niet bepaald handig. Daarom begon men na verloop van tijd brandtorens te bouwen. Een brandtoren bood beschutting aan de waarnemer en stak hoog boven de omgeving uit. Rond 1940 was er een compleet netwerk van ongeveer 300 brandtorens ontstaan om de bossen te bewaken. Rond 1960 werd het systeem uitgefaseerd en werd het werk steeds meer overgenomen door vliegtuigen. In de loop der tijd zijn veel brandtorens afgebroken of vervallen.

Huisje met de brandtoren op Pilkalampinoppi.

De brandtoren op Pilkalampinoppi is gebouwd in 1889 na de grote bosbrand in 1888 waarbij een groot deel van het bos in de regio verloren ging. De brandwachten moesten ieder uur tussen 5 uur ‘s ochtends en 7 uur ‘s avonds de toren in klimmen en rondkijken over het bos. De toren had een telefoonverbinding met onder andere Orsa en Hamra. De brandwachten waren doorgaans vrouwen. Ze hielden een dagboek bij over wat er zo al gebeurde, ook leerden zij het weer voorspellen aan de hand van de tekenen in de natuur. De toren was in gebruik tot 1950.

Interieur van het huisje.

Het interieur van het huisje is nog in oorspronkelijk staat. Als je er een kijkje neemt krijg je een goede indruk van hoe het er vroeger aan toe ging. Het huisje en de brandtoren zijn gratis te bezoeken.

Uitzicht vanuit de brandtoren

Als de afslag naar Pilkalampinoppi neemt rij je ongeveer 10 kilometer over onverharde boswegen. Uiteindelijk bereik je de parkeerplaats. Vanaf daar is het nog een 200 meter steile klim naar de top.

Elke zaterdag verschijnt er op onze blog een “lördagsmys”. Lördag is zaterdag. Het werkwoord mysa betekent iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten.

Als je door Zweden rijdt zie je vele schuren en schuurtjes. Er is echter één soort die opvalt: een schuurtje dat op poten staat en dat zomaar in het landschap lijkt te staan. Dit type schuurtje heet een härbre maar wordt soms ook aangeduid als stolpbod, häbbare of häbbre. De schuurtjes werden gebruik als opslag voor levensmiddelen, kleding of gereedschap. In de zomer werden ze ook gebruikt als extra slaapkamer.

Een härbre in het Såguddens openluchtmuseum bij Arvika.

Soms heeft een härbre een twee of drie verdiepingen waarbij de bovenste voornamelijk in de zomer als slaapkamer gebruikt werd. Als er een houtkachel in gebouwd was kon de häbre ook in de winter gebruikt worden. De ingang van een härbe zit meerstal aan de korte zijde maar in sommige delen van Dalarna en Värmland komt het voor dat de ingang in de lange zijde is. In Dalarna zie je door de tijd heen de verschillen in constructie. Een härbe met de ingang aan de lange zijn zijn vaak uit de 17de eeuw of ouder.  Een häbre met de ingang aan de korte zijde is vaak wat jonger en is vaak uit de 18de of 19de eeuw.

Doordat een häbre op poten staat is deze goed bestand tegen vocht en ongedierte. Verder staat een häbre een eindje van de boerderij omdat men bang was voor brand die kon overslaan tussen de gebouwen. De constructie van een häbre is robuust zodat deze veel weersinvloeden kan doorstaan en staat er vaak nog als de oorspronkelijke boerderij al lang verdwenen is.

De sami hebben twee varianten van de härbe. De ene variant is de Ajtte die gelijk is aan de häbre in de andere delen van Zweden. De andere variant is de Njalla die slechts op één poot staat.

Njalla (Foto: Gudrun Norstedt)

Als je meer wilt weten over het oude Zweden is een bezoek aan een hembygdsgård of openlucht museum aan te raden.
Tip: In de buurt van Arvika ligt het Såguddens Museum (gratis toegankelijk).

Morgen is de naamdag van Knut, het is dan 20 dagen na kerst en het einde van de kerstperiode in Zweden. Knut Lavard was de zoon van de Deense koning Erik Ejegod die stierf in 1103. Knut was toen nog geen 10 jaar oud. Daarom werd zijn oom Niels de nieuwe koning. Toen Knut ouder werd, werd hij een bedreiging voor de positie van zijn oom en zijn zoon Magnus. Daarom liet Magnus Knut op 7 januari 1131 vermoorden. Knut werd in de abdij van Ringsted in Denemarken begraven. Zijn postume zoon, Valdermar den Store, liet hem in 1170 heilig verklaren en herbegraven in de St. Bendts kerk van Ringsted.

Op onze Zweedse kalender staan bij 6 januari: Caspar, Melchior, Balthasar.

De naamdagen van heiligen vallen altijd op hun sterfdag. Toch is de naamdag van Knut tegenwoordig 13 januari en niet 7 januari. Vroeger was 7 januari, de dag na Driekoningen, het einde van de kersttijd. Het was vroeger ook gebruikelijk om misdaden die gepleegd werden tijdens de kersttijd extra zwaar te straffen. Zodra het Knut was nam het leven weer zijn gewone loop en werden de straffen weer wat milder. In 1680 wilde de kerk het kerkelijkleven versterken en werd de kersttijd verlengd. Hiermee verhuisde ook de naamdag van Knut en werd zijn naamdag voortaan 13 januari.

Met de komst van Knut is het einde van de kersttijd aangebroken. Het is niet zomaar het einde, het is een feest, dat zeker vroeger, werd gevierd. Er werden liedjes gezongen en de kerstboom werd geplunderd, julgransplundring. Een deel van kerstversieringen was immers eetbaar: appels, koekjes en snoepjes hingen in de boom. Als ze nog niet op waren dan was Knut de dag dat je voor het laatst de kans kreeg om er van te eten. Als de boom dan leeg was werd deze vroeger letterlijk naar buiten gegooid. Een van de uitspraken op Knut is dan ook “tjugondag Knut kastas granen ut”, twintigste dag Knut wordt de kerstboom eruit gegooid. Ook het pepparkakshus, peperkoekhuisje, dat met zoveel moeite gebouwd en versierd was werd nu stukgeslagen en opgegeten. In sommige plaatsen gaan kinderen “på knut”. Ze gaan dan verkleed als Knutgubbe langs de deuren voor, de laatste, overgebleven lekkernijen. Ook wordt er in sommige plaatsen een knutfest georganiseerd.

Pepparkakshus

De oude tradities nemen af en de meeste Zweden zijn al veel eerder weer gewoon aan het werk gegaan. Ook  de scholen zijn in de tweede week van januari weer begonnen. In ieder geval horen we voorlopig geen belletjes meer en hopen we maar dat Chris “Driving home for Christmas” Rea, ook op tijd thuis was.

De waterval Brattfallet ligt in de rivier de Halgå. De waterval is 10 meter hoog en ligt aan het begin van een diepe kloof. Tegenwoordig is het een bezienswaardigheid en het startpunt van een aantal wandelingen. Er starten twee korte wandelingen van 1 en 2 kilometer en een langere, de halgåleden, van 7 kilometer. In de winter is deze waterval een bezienswaardigheid omdat deze dan vaak bevroren is en er bizarre ijsformaties ontstaan.

Brattfallet in de winter

Brattfallet in de zomer

Toch zijn Brattfallet en de Halgå niet altijd een bezienswaardigheid geweest. De rivier is, net zoals veel rivieren in Zweden, tot het eind van de jaren 70 gebruikt voor houttransport. Hierbij liet men boomstammen de rivier afdrijven om ze uiteindelijk op een plek te krijgen waar ze verwerkt konden worden. Iemand die zich bezig hield met het transport van hout werd een flottare genoemd.

Brattfallet – “Timmerflottning,” Region Värmland, Värmlandsarkiv

Het lijkt zo eenvoudig: gooi boomstammen in de rivier en ze komen vanzelf op de plek waar ze moeten zijn. Niets is minder waar: boomstammen kwamen regelmatig klem te zitten en moesten weer losgemaakt worden. Dit betekent dat een flottare er naar toe moest om ze los te wrikken. Als ze dan los kwamen gingen ze ook meteen weer bewegen dus de flottare moest zich snel uit de voeten zien te maken zonder te struikelen. Als ze te vast kwamen te zitten werd het geheel met explosieven losgemaakt.

En dan zit het klem – “Skogsbruk,” Region Värmland, Värmlandsarkiv

Vanaf de jaren 60 werd het aantrekkelijk om hout met vrachtauto’s te transporteren en nam het transport via de rivieren af. Ook nu nog zie je de restanten van het oude houttransport via de rivier, langs de Halgå staat nog een voormalige flottarkoja. Deze hut werdt gebruikt door flottare om te overnachten. Tegenwoordig kan de hut gebruikt worden door toeristen die willen overnachten.

Bij Brattfallet in 1954 – “Timmerflottning,” Region Värmland, Värmlandsarkiv