Een autokerkhof, bilkyrkogård, staat bij de meeste vakantiegangers niet bovenaan het lijstje als het gaat om te bezoeken bezienswaardigheden. Toch ligt er in Värmland een die echt de moeite van het bezoeken waard is. Het autokerkhof in Båstnäs bevat ongeveer duizend auto’s uit de jaren 30 tot 70 van de vorige eeuw. Deze unieke plaats is decennia lang het eigendom geweest van de broers Tore en Rune Ivansson. In hun autosloperij demonteerden ze auto’s en verkochten de onderdelen. Het grootste deel vond zijn weg naar Noorwegen, dat na de Tweede Wereldoorlog arm was en waar auto-onderdelen moeilijk te verkrijgen waren. Dit is ook de reden dat er vroeger veel autosloperijen langs de grens waren.

Beide broers woonden op de boerderij en verkochten tot ongeveer 1980 auto’s en onderdelen van voornamelijk Amerikaanse auto’s. De broers Ivansson zijn jaren geleden overleden. De oude sloperij is vandaag de dag een autokerkhof van de achtergelaten auto’s. De natuur heeft in al die jaren niet stilgestaan en heeft de wrakken overwoekert waardoor het geheel een bizarre en soms zelf spookachtige aanblik krijgt. 

Båstnäs bilkyrkogård is nu een bezienswaardigheid en trekt jaarlijks vele bezoekers waaronder veel fotografen en kunstenaars.

(ondanks dat het allemaal autowrakken zijn is het niet de bedoeling dat je iets stuk maakt of meeneemt)

Båstnäs Bilkyrkogård is een van de vele toeristische tips uit onze reisgids Värmland, ongerept en avontuurlijk Zweden

Elke zaterdag verschijnt er op onze blog een “lördagsmys”. Lördag is zaterdag. Het werkwoord mysa betekent iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten.

Zweden kent het allemansrecht, allemansrätten, dankzij dit unieke recht mag iedereen zich vrij bewegen in de natuur zelfs op plaatsen die het eigendom zijn van iemand anders. Dit betekent niet dat je zomaar mag kamperen in de tuin van de buren, tenzij je toestemming hebt. Maar je mag wel door het bos van de buren wandelen en bessen plukken zonder het te vragen. Kortom er mag veel maar niet alles.

Het allemansrecht is een oud gewoonterecht dat stamt uit de middeleeuwen. Sinds 1994 is het allemansrecht opgenomen in de Zweedse grondwet: “Iedereen moet toegang hebben tot de natuur volgens het allemansrecht”. De tekst zegt echter niets over wat het recht nu precies inhoudt. Het allemansrecht is dan ook geen echte wet maar is omgeven met wetten die de grenzen aangeven van wat mag en wat niet mag. Zo mag je bijvoorbeeld niet wandelen over grond of beplanting of andere eigendommen die hierdoor kunnen worden beschadigd en mag je je niet zodanig op iemands terrein begeven dat je huisvredebreuk pleegt.

Zodra je je in de natuur begeeft of het nu is om te wandelen, zwemmen, kanoën, picknicken of kamperen maak je gebruikt van het allemansrecht. De grondregel voor het recht is: “Störa inte -Förstöra inte” oftewel “Verstoor niet – Verniel niet”.

Wandelen mag overal behalve op gecultiveerde grond of de grond die bij een huis hoort.

Fietsen (mountainbiken) mag in principe overal maar vermijd zachte paden omdat ze snel beschadigd raken. Er is geen algemeen verbod voor het fietsen op wandelpaden. De paden zijn aangelegd voor wandelaars wat betekent dat ze voorrang hebben.

Het plukken van bessen, paddestoelen en bloemen is toegestaan tenzij het beschermde soorten zijn.

Vuur maken mag als de omstandigheden veilig zijn. Het vuur mag zich niet kunnen verspreiden. Verder mag je hout sprokkelen. Je mag echter geen takken van bomen afbreken of bomen kappen. Ook een omgevallen boom mag je niet gebruiken. Tijdens periodes van droogte gelden er soms andere regels, een gemeente of provincie kan bijvoorbeeld alle open vuur verbieden. Maak ook geen vuur op rotsen omdat die kunnen barsten door de hitte. Het meest verstandige is om een aangelegde vuurplaats te gebruiken.

Kamperen met een tent (geen camper/caravan) mag overal zolang je niemand stoort of iets vernielt.

Afval gooi je in de vuilnisbak (let op dat het niet weg kan waaien) of neem je meer naar huis. Als je iets mee kunt nemen kun je het ook mee terug nemen.

In Nationale parken en natuurreservaten gelden andere regels. Kijk daarom eerst op de informatieborden om te zien welke regels daar gelden.

Bij twijfel raadpleeg de website van het Naturvårdsverket (Engels) of Håll Sverige Rent (Nederlands) waar je veel meer informatie vindt of gebruik je gezonde verstand.

Het allemansrecht is overigens niet uniek. Ook Finland heeft een vergelijkbaar recht dat zijn oorsprong heeft in de 600 jaar gemeenschappelijke geschiedenis die Finland en Zweden hebben. In Noorwegen is het allemansrecht al 60 jaar onderdeel van de Friluftsloven.

Let op! Campers, caravans, motorvoertuigen etc. vallen niet onder het allemansrecht maar de zogenaamde terrängkörningslagen. Deze voertuigen horen op de weg en niet in de natuur. Dit betekent dat je vrij mag kamperen met je tent maar niet zomaar je camper/caravan op zo’n plek mag zetten.

In december vorig jaar kregen we een uitnodiging voor de Europese Campingbeurs die georganiseerd wordt door Karsten Travelstore in Zwaag. Onze eerste reactie was “Oh? Waarom wij? Zouden we Karsten Travelstore ergens van moeten kennen? Waar ligt Zwaag?”. Onze parate kennis schoot hier te kort. We kamperen wel eens maar dan gebruiken we ons piepkleine popup-tentje. Het plaatsje Zwaag konden we ons uit onze topografielessen ook niet herinneren. Na wat Googelen bleek dat Zwaag een dorpje is in de gemeente Hoorn en dat Karsten Travelstore een grote kampeer- en outdoorwinkel is van ruim 10.000 m². De meer ervaren kampeerder zal Karsten kennen van de Karsten Tent.  Via de e-mail hebben we de nodige vragen gesteld en even later zat onze aanmelding in de digitale brievenbus.

In december leek 30 maart nog ver weg. maar na onze vakantie in februari werd het tijd om te gaan nadenken over onze aanpak voor deze beurs. We wilden graag iets doen met Hem62 Travel en mensen hun eigen vakantie laten samenstellen. Formulieren met aankruisvakjes vonden we te saai en een gewone flyer of brochure was het ook niet. We wilden graag mensen op onze stand laten zien wat er mogelijk is. Zo ontstond het idee om een bord te maken met allemaal kaartjes. Hem62 Travel is nu portable. Op de website van Hem62 Travel staat een knop “Dit wil ik” en als je je vakantie samenstelt op het bord pak je de kaartjes van de dingen die bij jouw vakantie horen. Zo stel je digitaal of analoog jouw vakantie samen. Als je de kaartjes bij ons inlevert ontvang je van ons per e-mail een voorstel voor jouw vakantie.

Je eigen vakantie samenstellen.

Gisteren zijn we naar Zwaag gereden. We liepen wat onwennig de winkel in en vroegen ons af hoe ze dit aan gingen pakken, een beurs in een winkel. Gelukkig werden we vriendelijk ontvangen door Vincent en Tonny en na de eerste kennismaking gingen we op zoek naar onze plek. Het was even zoeken hoe we dingen zouden gaan neerzetten zo midden in een winkel maar uiteindelijk stond alles toch goed.

Onze plek

Overzicht, nog niet alle plekken zijn gevuld.

Vandaag is de beurs en we zijn erg benieuwd naar de reacties. Het belooft een gezellige beurs te worden! Wij hebben er zin in!

Wil je meer weten over Zweden, je vakantie in Zweden met ons samenstellen, zoek je een reisgids over Värmland of Dalarna of een doeboek voor op de achterbank, kom langs op de Europese Campingbeurs bij Karsten Travelstore!

Toegang: Gratis
Locatie: De Oude Veiling 56 in Zwaag
Vrij Parkeren in de nabije omgeving, incl. 2 invalide parkeerplaatsen
Openingstijden: 10.00 uur tot 17.00 uur

 

Aan het eind van de middeleeuwen bestond het Zweedse leger uit edelen, ridders en buitenlandse huursoldaten. Er waren echter te weinig ridders en de huursoldaten waren duur. Gustav Vasa begon daarom jonge, ongetrouwde mannen te rekruteren, vrijwillig en desnoods met dwang. Het duurde echter nog tot 1680 voordat Karl XI het systeem veranderde en besloot dat iedere provincie 1200 soldaten moest leveren. In ieder dorp kreeg daarom een boer de opdracht om een soldaat te rekruteren en te verzorgen.

Voor de rekruten werden soldatenhuizen gebouwd. Deze huizen of beter gezegd huisjes, staan er nog steeds en worden nu vaak gebruikt als zomerhuisje. Zo’n huisje wordt soldattorp genoemd. Afhankelijk van het legeronderdeel worden de huisjes ook aangeduid met ryttartorp (ruiterhuisje) of båtsmanstorp (matrozenhuisje).

Soldattorp bij Brunskog Hembygdsgård

Vaak werden armen, dagloners, knechten of zonen van andere soldaten gerekruteerd. Soldaten moesten betrouwbaar, onbevreesd, nuchter en gezond zijn. Het was daarom in het belang van de boer een goede soldaat te leveren. Als de soldaat niet door de keuring kwam dan kon het wel eens zijn de boer zelf het uniform aan mocht trekken.

Tijdens de keuring kreeg een soldaat ook een soldatennaam. De reden hiervoor was dat de namen Persson, Larsson etc. heel veel voorkwamen. Het word dan toch knap lastig dat als men “Persson” roept dat dan het halve peloton in een keer “Present!” roept. De compagniecommandant bepaalde daarom de naam van de nieuwe soldaat. Vaak was die naam afgeleid van de plaats waar de soldaat vandaan kwam, bijvoorbeeld Bäck voor iemand die uit Marbäck kwam. De namen waren willekeurig en hingen ook af van de bui van de commandant.  Had de commandant een melige bui dat kon je zomaar opgezadeld worden met een naam als Flatterskalle (platte schedel), Skåpråtta (huismuis), Näsvis (wijsneus). Soms werden wat meer bij het leger passende namen gekozen als Svärd (zwaard) of Hjelm (helm), of namen die inspeelden op het karakter of uiterlijk zoals Stor (groot), Lång (lang) of Alltidglad (altijd vrolijk).

Inspectie van de soldattorp

Een soldatenhuisje was niet zomaar een huis, er waren regels aan verbonden. Een soldattorp moest minimaal 7 meter bij 5 meter zijn en 2 meter hoog. Verder moesten er 2 ramen in zitten, een fornuis en een oven. Hoe groot het huisje uiteindelijk werd lag aan de welwillendheid van de boer. Het huisje moest goed te zien zijn vanaf de weg en er moest een bordje staan met onder andere het regiment, compagnie en soldaatnummer. Iedere drie jaar werd het huisje geïnspecteerd en afgesproken welke reparaties en onderhoudswerkzaamheden nodig waren. Een soldaat had recht op een stukje akkergrond zodat hij aardappelen en graan kon verbouwen. Vaak kreeg de soldaat ook nog een koe, een varken en kippen. Het was wel handig als de soldaat getrouwd was want dan kon er iemand voor het huisje en alles wat daarbij hoorde zorgen als hij op oefening was of op het slagveld.

Het mogen wonen is een soldattorp was een deel van de soldij van de soldaat. Als hij uit dienst ging moest hij verhuizen zodat zijn opvolger er in kon wonen. Volgens de wet had boer 3 maanden de tijd om een nieuwe soldaat te vinden. Veel gezinnen kwamen in de problemen als de soldaat overleed want zij moesten dan plotseling verhuizen en hadden geen inkomen meer. Vaak stond de boer de weduwe in dit soort gevallen nog bij om te voorkomen dat ze meteen dakloos was. Als de nieuwe soldaat nog niet getrouwd was werd hem aangeraden met de weduwe te trouwen.

Soldattorp 5/7 Fröset, Lund, Hånger.

In vredestijd had een soldaat het niet heel slecht. Hij en zijn gezin leefden zelfvoorzienend en waren druk met hun boerderijtje. Zijn uniform droeg hij alleen bij oefeningen of op zondag als de soldaten een parade hielden bij de kerk. Thuis moest hij leren lezen en schrijven. Verder maakte hij deel uit van een postsysteem, waarbij brieven tussen officieren van soldaat naar soldaat werden uitgewisseld, totdat deze bij de ontvanger terecht kwam. Het kunnen lezen en schrijven gaf soldaten een zeker aanzien. Verder waren ze bereisd en konden verhalen vertellen aan diegenen die niet in staat waren om te reizen. Als ze uit dienst gingen kregen ze vaak een beroep met meer aanzien, zoals leraar of koster.

Soldattorp 89/2 Gisnabo, Smedsbo, Tranås

Als een soldaat uit dienst wilde treden moest hier een geldige reden voor zijn zoals: te oud, ziek of gewond. Als de compagniecommandant besliste dat de soldaat nog best dienst kon doen werd zijn uitdiensttreding geweigerd.

Er staan in Zweden nog van deze soldatenhuisjes, soms zijn ze echter niet meer als zodanig herkenbaar. Maar als je een klein huisje ziet en er zit een bord op dat verwijst naar het leger heb je vaak met een soldatenhuisje te maken. De soldattorp in de hembygdsgård van Brunskog is naar die plek verplaatst. Oorspronkelijk stond het huisje in Lerhol in Edane en is gebruik geweest tot 1905. Maar ook in de hembygdsgård van Västra Ämtervik staat een soldattorp. Dit huisje komt van Ransbysäter bij Lysvik en wordt nu gebruikt als handwerkhuisje. Er zullen ongetwijfeld nog meer hembygdsgård zijn waar een soldattorp naartoe verhuisd is. Niet alle huisjes zijn verplaatst. Zo staat er bijvoorbeeld in Gravol, een paar kilometer van Stöllet, nog een soldattorp. Voor de geocachers: zoeken op “geocache soldattorp” levert de nodige hits op die verwijzen naar een soldattorp.

Zo zit achter sommige Zweedse huisjes een hele geschiedenis die ver teruggaat in de tijd.

Soldaat Alfred Johansson voor zijn soldattorp (1914). Foto Erik Rud, Västergötlands Museum (CC BY-NC-ND)

Hem62 Travel organiseert complete vakanties naar Zweden met overtocht, accommodaties en activiteiten. Meer weten of een vrijblijvend reisvoorstel ontvangen?

Kijk op www.hem62travel.nl

Als je de 62 vanaf de afslag Bratfallet verder naar het noorden volgt zie je een paar kilometer voorbij het dorpje Ambjörby het bordje Femtåfallet. Deze waterval ligt in de rivier de Fämtan. De Fämtan is maar 30 kilometer lang en begint bij het meer Fämten in Dalarna en stroomt vervolgens Värmland binnen om uit te monden in de rivier de Klarälv. Ondanks dat de rivier maar 30 kilometer lang is, was er vroeger veel bedrijvigheid rondom het water.

Houttransport, Region Värmland, Värmlandsarkiv

Met name rondom het laatste stuk van de rivier waar zich ook de waterval bevindt was veel te doen. Al in de 17de eeuw stonden er watermolens waar boeren tegen betaling hun graan lieten malen en was er een zagerij. In 1830 begon men met het transporteren van boomstammem via de rivier. In 1837 is er een aantal smederijen in gebruik genomen die gebruik maakten van de waterkracht. Het houttransport via de rivier is tot 1975 doorgegaan. De smederijen waren al in 1862 buiten gebruik gesteld en watermolens zijn ook gestopt.

Waterval, Region Värmland, Värmlandsarkiv

Nu vind je er alleen nog de resten van de bedrijvigheid van weleer, waaronder ook de ruïnes van twee elektriciteitscentrales die in 1940 buiten gebruik zijn gesteld. Onderaan de waterval is een natuurlijk bassin ontstaan waar nu een steiger in ligt zodat je op een warme zomerdag kunt afkoelen in het koude water van de waterval.

Voor een duik in het koude water

Blik op het dal van de Klarälv.

De waterval Fämtfallet heeft een hoogte van 44 meter, maar het totale verval is 100 meter over een afstand van iets meer dan 4 kilometer. Een wandeling neemt je mee langs de overblijfselen van vroeger en laat je de prachtige natuur zien. De wandeling is 7 kilometer en neemt je mee stroomopwaarts. Onderweg zie je de 60 meter diepe kloof die de rivier heeft uitgesleten. Na ongeveer 3,5 kilometer steek je de rivier via een hangbrug over en wandel je via de andere kant terug. Net voor het eindpunt steek je de rivier nog een keer over en loop je terug naar je beginpunt onderaan de waterval.

Oversteken via de hangbrug

In onze reisgids Värmland, ongerept en avontuurlijk Zweden is dit een van de wandelingen die is opgenomen naast alle andere toeristische tips over Värmland.

 

 

Elke zaterdag verschijnt er op onze blog een “lördagsmys”. Lördag is zaterdag. Het werkwoord mysa betekent iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten.