5.15 uur mijn wekker gaat. Tijd om op te staan, douchen, aankleden, ontbijten en alvast de eerste e-mails lezen. Rond zes uur loop ik naar boven en zeg tegen Suzanne dat ik naar mijn werk ga. Het is nog donker en er is weinig verkeer op de weg. Op de fiets luister ik naar een Zweedse podcast. Dit keer gaat het over Nils Dacke die in opstand kwam tegen Gustav Vasa. Mijn dag begint in het Zweeds. Even na half zeven ben ik op kantoor en installeer me achter een bureau, we doen aan flexwerken en ik heb niet altijd een vaste plek. Een van mijn collega’s is er ook. We maken even een praatje en drinken koffie. Daarna gaan we aan de slag. Langzaamaan druppelen er meer collega’s binnen. De wekker van Suzanne gaat meestal rond 7 uur en een halfuurtje later is ze ook op weg naar haar werk. Het schoolrooster van Daan is zodanig dat hij veel later de deur uit moet.

Aan het eind van de middag zijn we weer thuis. Suzanne heeft als röntgenlaborante bij het bevolkingsonderzoek vaste werktijden en is meestal rond dezelfde tijd thuis. Mijn werk als IT architect laat zich iets minder sturen, soms ben ik om half vijf thuis, soms veel later.

‘s Avonds eten we samen en nemen de dag door of kijken, met een bord op schoot, wat TV. Daarna begint ons werk voor Hem62. We gaan naar onze werkkamer starten onze laptops en gaan aan de slag. We hebben net de gecorrigeerde tekst van onze reisgids over Dalarna teruggekregen. Met een rode pen zijn alle fouten, foutjes en onduidelijkheden gemarkeerd. We schrikken iedere keer weer als we de tekst terugkrijgen. Je ziet zoveel over het hoofd en soms denken we “oei, dat we dat zelf niet gezien hebben.” We verwerken de correcties waar we het mee eens zijn in onze tekst en de avond vliegt om. Als we op de helft zijn stoppen we, morgen gaan we verder. Nu is het tijd voor onze avondwandeling. We wandelen een aantal avonden per week een uur om even “los” te komen van Hem62. Het eerste stuk van onze wandeling is werkoverleg. Na een tijdje hebben we het over alledaagse dingen zoals school en de boodschappen. Eenmaal thuis kijken we nog wat TV en zoeken dan ons bed op. Morgen is er weer een dag en mijn wekker gaat weer om 5.15 uur.

Nederland – Zweden

We werken allebei in deeltijd en dat geeft ons de ruimte om in Nederland veel voor Hem62 te werken en om voldoende verlof bij elkaar te sprokkelen om weer naar Zweden te kunnen gaan. De kinderen zijn zelfstandig: Emma is het huis al uit en studeert, Daan zit in het examenjaar van het TVWO en als hij slaagt (blijft toch altijd spannend) gaat hij volgend jaar ook studeren.

Aan Hem62 werken we bijna dagelijks, we houden één avond in de week vrij en werken dan ook echt niet. Hoewel de verleiding groot is om toch nog even iets te gaan doen. In het weekend werken we voornamelijk overdag en kunnen dan echt meters maken.

Voor Hem62 hebben we nog het nodige werk liggen:

  • Onze reisgids over Dalarna moet af. We hebben de tekst terug maar alles moet nog in een boek gegoten worden. Daarna moet het naar de drukker en wachten we in spanning op de gedrukte exemplaren. Onze drukker heeft een doorlooptijd van 10 werkdagen. Als we onze reisgids eind november willen presenteren dan weten we wat onze uiterste datum is. Maar we houden graag een marge, voor het geval dat.
  • Onze reispakketten voor Hem62 Travel zijn af en zijn te zien op de website van Hem62 Travel. Op de achtergrond zijn we nog met enkele partners bezig om de details af te stemmen. We zijn er van overtuigd dat we mooie vakanties in Noord-Värmland kunnen aanbieden.
  • De websites van enkele klanten verdienen een update en er liggen verzoeken om wat dingen aan te passen.
  • De planning van onze afspraken in Zweden komt op gang. We hebben in oktober alweer de nodige afspraken staan maar we hebben nog niet alles geregeld.
  • Scandinavië-XL moeten we nog voorbereiden. Het is echt meer werk dan een doos boeken, flyers en visitekaartjes in de auto zetten en gaan.
  • Tussendoor verwerken we dan nog de bestellingen van de reisgidsen die binnenkomen via de webshop van Hem62 of Bol.com.

Uitzicht op het kantoor in Zweden

 

 

 

 

 

Vroeger was Zweden ingedeeld in landskap, landschappen. Een landschap had een hoge mate van zelfstandigheid met eigen bestuur en wetten. De bewoners identificeerden zich met het landschap waar ze woonden, hadden een gemeenschappelijk dialect en eigen tradities. Zweden kent 25 van dit soort landschappen die weer verdeeld zijn in drie delen: Norrland, Svealand en Götaland. Deze driedeling heeft verder geen betekenis en wordt voornamelijk gebruikt bij de weersvoorspellingen.

In 1634 heeft er een hervorming plaatsgevonden en werd Zweden ingedeeld in län, een soort provincies. Hiermee verdween de oude indeling van landschappen, hoewel de grenzen van de län grotendeels samenvielen met de grenzen van de oude landschappen. Sommige landschappen zijn echter verdwenen of hebben een andere naam gekregen. Ook het aantal län is in de loop der jaren veranderd, sommigen zijn samengevoegd met anderen of juist weer gesplitst. Tegenwoordig kent Zweden 21 län.

Links de indeling in Landskap rechts de indeling in Län.

Ondanks de indeling in län worden de landskap gelukkig nog vaak in kaarten ingetekend en gebruikt. Anders zouden bekende delen van Zweden compleet van de kaart geveegd zijn. In de indeling in län, zouden bijvoorbeeld Småland, Bohuslän, Dalsland, Gästrikland, Öland, en Lappland niet meer bestaan. Stel je voor IKEA zou de speelplek Småland plotseling “Kronobergs län” gaan noemen.

Op scholen wordt nog lesgegeven met de indeling in landschappen en ook het toerisme gebruikt deze indeling (bijvoorbeeld schrijvers van reisgidsen). Landschappen hebben van oudsher een eigen dialect, geschiedenis en cultuur en veel Zweden voelen zich verbonden met het landschap waarin in ze wonen. Een landschap heeft  een eigen wapen, een landschapsdier en een landschapsbloem. Zo staat op het wapen van Värmland een arend, is het dier de wolf en de bloem de zevenster. Verder zijn de landschappen nog onderdeel van de titels van de koninklijke familie en zijn prins Carl Philip en prinses Sofia hertog en hertogin van Värmland.

En zeg nu zelf, landskap klinkt toch veel mooier dan län?

 

Als je door Zweden rijdt zie je af en toe een soort van paal op een keurig gestapelde steenhoop staan. Als je beter kijkt zie je dat het niet zomaar een paal is, er staat een tekst op, bijv. 1/4 mil en soms een jaartal en een wapen. Soms zijn de palen van steen en soms van gietijzer. Deze mijlstenen, mijlpalen, zijn oude wegmarkeringen. De oudste mijlpalen waren van hout, later is men die van steen gaan maken omdat dat veel langer meegaat. In de 19de eeuw verschenen ook gietijzeren varianten.

Milsten

De geschiedenis van de mijlpalen gaat ver terug. Vroeger reisden niet zoveel mensen, het waren vaak postruiters, soldaten en rijksambtenaren. De “gewone” mensen bleven in hun dorp en bezochten hoogstens een jaarmarkt in een dorp verderop. Als ze door het land reisden zonder paspoort konden ze zelfs opgepakt worden wegens landloperij. In die tijd waren boeren verplicht om reizigers kosteloos van eten, drinken en onderdak en zelfs verse paarden te voorzien. Ondanks de verplichting waren de logies nogal van verschillend niveau. Een reiziger at mee met de pot en sliep op de vloer of bij de bewoners in bed.

De mijl was toen ook maar een afstandsaanduiding en er zaten nogal wat verschillen in de lengte van een mijl. Zo was een Smålandsmil 7.000 meter, een Västgötamil 13.000 meter en een Dalamil 14.485 meter. Aangezien er weinig mensen reisden maakte een metertje (die bestond toen nog niet) niet zo veel uit.

In het midden van de 17de eeuw werd deze situatie onhoudbaar. Er werd steeds meer centraal bestuurd, er werd meer gereisd en de kosten voor de boeren om al die reizigers te ontvangen werden te hoog. Op dat moment ontstond de behoefte aan een eenduidig systeem om afstanden te meten.

In 1649 is de gästgivarordning (vrij vertaald: herbergregeling) ingevoerd en daarmee ook de riksmil. De riksmil was 10.689 meter. De waarde lijkt onlogisch maar een riksmil is gelijk aan 10.000 aln (el). Op basis van de riksmil kon men nu ook reiskosten bepalen en boeren hoefden geen gratis onderdak meer te bieden aan reizigers. Er werd ook bepaald hoeveel paarden er beschikbaar moesten zijn voor reizigers.

Rond 1700 ontstonden er steeds meer “echte” herbergen (gästgiveri) en in 1734 is de regeling verder aangescherpt. Er moest een aparte ruimte voor reizigers komen en een fatsoenlijke eetgelegenheid. Ik vond een paar regels die nu alledaags lijken maar die toen blijkbaar erg belangrijk waren:

  • Een mes, vork of lepel mag geen etensresten van de vorige maaltijd bevatten
  • Als je een servet aanbiedt moet het schoon zijn
  • Snij brood niet dikker dan 1/4 duim
  • Serveer geen bedorven boter of eieren
  • Verwijder alle sigarenstompen uit de bloempotten
  • De poten van een stoel, tafel of bed moeten goed zijn zodat ze geen steun nodig hebben van een muur
  • Hou de ruimte voor reizigers warm ook als er even geen reizigers zijn.

Als je de regels bekijkt vraag je je af of je vroeger wel wilde reizen en als je nu een gästgiveri, herberg of B&B hebt hoop ik dat deze punten geen verrassing zijn.

In 1889 is het metrieke systeem ingevoerd en is één mil vastgesteld op 10.000 meter. Hier en daar zijn toen nieuwe mijlpalen geplaatst en op een enkele plaats zelfs kilometerpalen. In 1933 is de gästgivarordning officieel afgeschaft. Toch zie je regelmatig nog een bord “gästgiveri” en doen ze dienst als restaurant, hotel of B&B.

Milsten

Vanaf nu schrijven we iedere zaterdag een blog onder de noemer “Lördagsmys” over een onderwerp dat iets met Zweden te maken heeft. Het werkwoord “mysa” is niet goed te vertalen, “gezellig” is het naar ons idee net niet. Het Engelse “cosy” komt een beetje in de buurt. Vrij vertaald is “mysa” iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, het wordt geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten (we beloven niets). Over hoe en wanneer er in gemyst moet worden is in Zweden regelmatig onderwerp van discussie en onderzoek. Voor het schrijven van een blog hebben we voor de zaterdag gekozen. We hebben geen idee of het schrijven van een blog bij “mysen” hoort, we vinden het gewoon leuk om te doen.

De fredagsmys, op vrijdagavond dus, is het begin van het weekend. De fredagsmys is in 1990 ontstaan toen een chipsfabrikant mensen aanmoedigde om op vrijdagavond te ontspannen en hun chips te eten. De geschiedenis om op vrijdag- of zaterdagavond samen te zijn gaat echter verder terug. Vroeger was de zondag de enige vrije dag in de week en had men ook de zondagsrust. Met het afschaffen van onderwijs op zaterdag en de komst van de 40-urige werkweek en dus het vrije weekend, is de rust verschoven naar de vrijdag en de zaterdag. Het werd toen ook gebruikelijk om op die dagen de maaltijd gezamenlijk voor de tv te nuttigen.

Alles voor taco’s bij elkaar.

Het traditionele gerecht op vrijdag is taco. In de jaren 80 van de vorige eeuw begonnen bedrijven texmex producten te importeren en verschenen de producten in de supermarkt. In het begin sloegen de producten niet aan, ook omdat de consumenten niet goed wisten hoe ze ze moesten gebruiken. Dit veranderde toen in de zomer van 1988 de directeur van Nordfalks (nu Santa Maria) uitgenodigd werd voor een diner. Op het menu stonden taco’s en hij zag dat alle genodigden hiervan smulden. Hij zag hier een kans: pittige kruiden, groenten, sausjes en zelf je eigen taco klaar maken. Hij introduceerde dit in Zweden en na een tijdje werd het een succes. Het werd dé maaltijd voor de vrijdagavond. In vrijwel iedere supermarkt in Zweden vind je daarom een groot rek waar alle ingrediënten voor het maken van taco’s bij elkaar staan.

Om het weekend compleet te maken hebben de Zweden dan ook nog hun “lördagsgodis” oftewel “zaterdagsnoep”. Dit begrip is ontstaan toen in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw ouders en opvoedkundigen besloten dat kinderen alleen mochten snoepen op zaterdag. Door niet de hele week te snoepen wilden ze aan tandzorg en preventie van cariës doen.

Een snoepwinkel van ongekende omvang.

Los snoepgoed verscheen steeds meer in de winkels en sinds het in 1985 is toegestaan om zelf je snoep te scheppen heeft het een grote vlucht genomen. In iedere supermarkt vind je daarom ook een groot rek met schepsnoep en in grote winkelcentra vind je snoepwinkels van ongekende omvang. Op vrijdag en zaterdag zie je vaak gezinnen met kinderen een voorraad snoep inslaan waarvan ik me dan weer afvraag of ze in het weekend, en de rest van de week, nog iets anders eten. In ieder geval zullen ook het nodige snoep eten bij het lördagsmysen.

De Denen hebben hun “hygge” maar ik denk toch dat Zweden het met hun “mys” beter georganiseerd hebben door het onderdeel te maken van hun dagelijkse leven en aan fredagsmys en lördagsmys te doen of welke dag dan ook te “mysen”.