,

Zonovergoten

Gisteren zijn we gaan wandelen op het eiland Sollerön. Het eiland ligt in het Siljanmeer en is 7,7 kilometer lang en 4 kilometer breed. Sollerön is verbonden met het vasteland door bruggen, één in de richting Gesunda en één richting Mora.

Karta Terrängkartan (C) Lantmäteriet. CC BY 4.0

Het was prachtig weer en het eiland was zonovergoten. We hebben onze auto bij Bäckstabadet geparkeerden. Bäckstabadet bereik je door vanuit het dorpje Bodarna naar de zuidkant van het eiland te rijden. We hebben eerst genoten van onze lunch en zijn daarna aan onze wandeling langs het Siljanmeer begonnen. Na een tijdje hebben we de oever het Siljan verlaten en zijn we het eiland opgewandeld om weer terug te wandelen naar de auto. Je kunt de route zo lang en zo kort maken als je zelf wilt, vanaf het pad langs het Siljan zijn er voldoende weggetjes om weer terug te lopen. Met mooi weer is het aan te raden zwemkleding mee te nemen, het water is helder en er zijn voldoende plekken om te zwemmen. Nu was het weliswaar mooi warm weer, maar het water is nog veeeeeeeel te koud.

Eerst lunchen en dan op pad.

Onderweg

Blauw, strak blauwe lucht en rimpelloos water. In de verte de oever van het Siljan.

Uitzicht op het kleine eilandje Sollkalven.

We zijn natuurlijk in Dalarna en daar hoort er ook een Dalapaard bij.

We laten het Siljan weer achter ons.

Een van de weggetjes op Sollerön

Het water is echt te koud, Suzanne heeft het proefondervindelijk vastgesteld.

De supermarkt van het eiland.

Brattforsheden

Vandaag zijn we gaan wandelen Brattforsheden. Het weer zit ons de laatste dagen erg mee, stralende zon en tussen de 15 en de 20 graden. Brattforsheden is een natuurreservaat waarvan een deel valt onder het Europese Natura 2000 netwerk van beschermde natuurgebieden. Brattforsheden is heel divers, het bevat duinen, kraters, ravijnen en meanderende stroompjes. We hebben onze auto geparkeerd aan de rand van het meer Paradissjön en zijn onze wandeling begonnen. In dit stuk van Brattforsheden zijn de paden breed, het hoogteverschil niet al te groot en er liggen weinig rotsen waardoor we gemakkelijk wandelend konden genieten van de omgeving. Onderweg passeerden we een vindskydd (schuilhut) en zijn gaan zitten om even te genieten van de omgeving. Daarna zijn we begonnen aan de rest van onze wandeling. Toen we terugkwamen bij de auto zijn we even aan het rand van het meer gaan zitten, het was nog te koud voor een duik maar even in de zon zitten was ook wel erg lekker. We vragen ons wel eens af waarom sommige delen als natuurreservaat worden bestempeld, waar we hier ook wandelen of rijden, we wanen ons altijd in een natuurreservaat.

Dit keer geen heel dicht bos.

Af en toe omhoog kijken.

IJslandsmos.

De vindskydd. Een mooie plek om even te zitten.

Typisch toilet. Een plank met toiletbril en daaronder gewoon een ton. Er is zelf aan toiletpapier gedacht.

Terug bij de parkeerplaats.

Fräkensjömyrarna

Vandaag zijn we gaan wandelen in de Fräkensjömyrarna, een van de wandelingen uit onze reisgids over Värmland. De twee wandelingen die daar uitgezet zijn, zijn Alfaleden (1o kilometer) en Valpleden (4,5 kilometer). Dit gebied ligt in de buurt van Hagfors op de grens van Värmland en Dalarna. Om bij de parkeerplaats te komen rijd je een heel eind door de bossen over een onverharde weg. Toen we daar aankwamen hebben we eerst aan de picknicktafel in de zon zitten genieten en geluncht.  We waren de enigen en het was stil, we hoorden niet meer dan vogels en het geruis van de wind in de bomen. Na onze lunch zijn we op pad gegaan. Op de informatieborden staat welke planten en dieren je in de omgeving kunt aantreffen. Naast orchideeën, verscheidene soorten vogels en natuurlijk elanden, komen in het gebied ook wolven, lynxen en beren voor. De kans dat je een van die laatste drie in het wild tegenkomt is erg klein, maar onwillekeurig let je tijdens het wandelen toch extra goed op.

We zijn op pad.

Niet alleen wij genoten van de zon.

Een tijdje volgen beide paden een breed bospad. Na een paar honderd meter buigen ze af en gaan het bos in. Het pad werd smaller zodat we achterelkaar moesten lopen. Daar waar de routes zich splitsen staat een duidelijke wegwijzer. Ook als je de korte wandeling loopt is het aan te raden om een paar honderd meter de lange route te volgen totdat je aan de rand van het meer Fräkensjö staat en te genieten van het uitzicht. De toevoeging myrarna betekent moerassen en dat is te merken tijdens de wandeling. Sommige stukken waren nat en we moesten goed opletten om droog aan de overkant te komen. Op de hele natte stukken waren planken neergelegd zodat we die comfortabel konden oversteken.

Planken en zelfs een bruggetje.

Fräkensjö

Door het hele groene bos.

Een van de vele meertjes in het gebied.

Fräkensjömyrarna is een mooi gebied om te wandelen, het gebied is divers en er is iedere keer weer wat anders te zien. Het weer vandaag was prachtig. Het is haast niet voor te stellen dat we vorige week nog met -5 in de sneeuw stonden en dat het nu zo warm is dat we in een t-shirt konden wandelen.

 

 

Fämtleden

Vandaag hebben we Fämtleden gelopen. We hebben onze auto onderaan de waterval geparkeerd en zijn hier aan de wandeling begonnen. Het eerste stuk leidt je langs de waterval omhoog en onderweg zie je nog de resten van de industrie die hier vroeger zat. Onderweg wordt met informatieborden (alleen in het Zweeds) aangegeven wat er te zien is en vroeger gebeurde.

Rond 1830 begon de houtindustrie in het noorden van Värmland op te komen. Hout werd gekapt en de stammen werden via rivieren getransporteerd. Om dit te kunnen doen werden waterreservoirs aangelegd en de rivieren werden vrijgemaakt van obstakels. Rotsen werden opgeblazen om te voorkomen dat er opstoppingen zouden ontstaan. In de waterreservoirs werd hout opgeslagen totdat vrijgegeven kon worden van transport. Het hout dreef dan via de rivier naar de eindbestemming. In 1975 stopte men met het op deze manier transporteren van hout omdat dit steeds meer met vrachtauto’s gebeurde. Naast houtindustrie begon een aantal jaren later hier ook de ijzerindustrie. Femtå bruk was de järnbruk (ijzerindustrie) die hier tussen 1843 en 1862 zat. Ruwijzer (tackjärn) werd per boot via de Klarälv van Motjärn en Sunnemo hier naartoe gebracht. Ruwijzer is het materiaal dat ontstaat na de eerste fase van het proces waarbij ijzererts omgezet wordt in ijzer. Ruwijzer is bros en niet verwerkbaar. In Femtå bruk werd het ruwijzer veredeld tot grote staven smeedijzer (stångjärn). Dit ijzer werd daarna weer met boten over de Klarälv naar Edebäck getransporteerd.

Fämtfallet

Als je de bij de waterval omhoog loopt passeer je als eerste de restanten van een van de twee waterkrachtcentrales. In eerste instantie werden de gebouwen verlicht met petroleumlampen. Na de eerste wereldoorlog was het moeilijk om aan petroleum te komen en zocht men andere manieren om de gebouwen te verlichten. In 1919 werd daarom de eerste waterkrachtcentrale gebouwd met een capaciteit van 75 kilowatt. Al snel bleek dat de capaciteit van die centrale te laag was en werd een tweede waterkrachtcentrale gebouwd met een grotere capaciteit. In 1940 zijn beide centrales uit bedrijf genomen.
Bij de plaats van de eerste waterkrachtcentrale is nu een houten plateau gebouwd vanaf waar je een mooi uitzicht hebt op de waterval en de omgeving. Als je uitgekeken bent en je volgt het pad verder kom je op de plek waar vroeger de watermolen stond. In de eerste helft van de negentiende eeuw stonden in dit gebied zeven molens voor de boeren in de omgeving. Toen de ijzerindustrie gebouwd werd, was men gedwongen om de molens af te breken. In plaats daarvan werd er een grote molen aan de zuidkant van de rivier gebouwd die alle boeren kon bedienen. De boeren betaalden tol om hun graan te laten malen. De molen werd in 1930 uit bedrijf genomen en vervangen door een elektrische molen. Het gebouw van deze elektrische molen heb je misschien wel gezien toen je naar de waterval reed. Het is het gebouw dat je links naast de weg ziet net na de T-splitsing.

In de verte zie je de brug.

Daarna passeer je de plek van de bovenste waterkrachtcentrale en even later de plaats waar de zaag stond. Dit was een zogenaamde ramsåg (spanzaag) die er waarschijnlijk al stond in de 17de eeuw. De resten die er nu nog over zijn, zijn van rond 1870. De zaag werd met waterkracht aangedreven. In het begin bevatte de zaag slechts één zaagblad. In de hoogtijdagen bevatte de zaag 7 bladen. Zo kon men in één keer uit een stam meerdere planken zagen.

Uiteindelijk bereik je de bosweg en zie je rechts de brug. Hier begint de 7 kilometer lange wandelroute. Als je die wilt volgen steek je de weg over (dus niet de brug) en volg je de oranje markering. Aan het eind van de route keer je hier terug.

Hier stroomt de Femtan weer heel rustig.

Het pad wordt nu smal en volgt grotendeels het riviertje de Femtan. Soms hoor je de rivier razen en dan weer rustig kabbelen. Soms wandel je over een bospad dan weer loop je tussen de rotsen door. Na een tijd kom je op een open stuk en is het geluid van de rivier weg. Na verloop van tijd gaat het pad weer door de bossen richting de rivier. Het pad daalt en stijgt, de ene keer loop je naast de rivier en even later sta je bovenaan de kloof en zie je de rivier verder onder je. Uiteindelijk kom je bij de hangbrug over de rivier dit is een mooi moment om even uit te rusten. Het zwaarste stuk van de route zit er nu op.

Hoog boven de rivier.

De hangbrug.

De hele tijd ben je steeds omhoog gelopen. De terugweg gaat alleen maar bergaf en het pad blijft vlakker. Ons viel op dat door de winter en de bosbouwactiveiten de markering van de route niet meer helemaal goed was. Bij twijfel volg je de brede bosweg naar beneden en sla je voor de crossbaan (motorbana) rechtsaf, je komt dan vanzelf weer bij de brug uit.

Als je goed luistert … hoor je niets … nou ja, vogels.

Bij de brug staat een “minnesten” (gedenksteen). Deze steen is geplaatst tegelijk met het aanleggen van de oude weg en de brug in 1849. Hier steek je de brug over en volgt de route verder naar beneden zoals je gekomen bent.

Zoals zo vaak vergeet je de tijd tijdens een mooie wandeling (geen idee waarom dit op de picknicktafel stond).

Routebeschrijving:
Fämtfallet is te vinden door vanaf de kruising van de E45 en de 62 over de 62 richting Ambjörby te rijden. Na ongeveer 9 kilometer staat er een bord Femtåfallet. Hier sla je rechtsaf. Bij de T-splitsing sla je weer rechts af en even later ga je links schuin naar beneden een zandweg op. De waterval zie je dan aan je linkerkant. De wandeling Fämtleden zelf begint bij Övre Femtbron (de bovenste Femtbrug). Als je vanaf de waterval begint dan is het ongeveer een kilometer totdat je bij de brug bent. In plaats van 7 kilometer is de wandeling dan 9 kilometer. Mocht je bij de brug willen beginnen, rij dan terug naar de T-splitsing en neem dan de andere afslag en rij door tot de brug.

Topo GPS

Tip: We gebruiken de app Topo GPS tijden het wandelen. De app toont je lokatie op een topografische kaart en houdt je route bij. Je kunt er ook routes op plannen. De kaarten die je nodig hebt kun je thuis downloaden zodat je onderweg geen internetverbinding nodig hebt. Als je onderweg via de app een foto maakt wordt meteen bijgehouden waar die gemaakt is. Meer informatie is te vinden op de website van Topo GPS.

, ,

Högbergsfältet

Gisteren zijn we gaan wandelen in de buurt van Persberg. Högbergsfältet bij Persberg maakt deel uit van het gebied dat Bergslagen genoemd wordt. In dit gebied werd al sinds de middeleeuwen voornamelijk ijzer gewonnen en was er een bloeiende metaalindustrie. De naam Bergslagen is een samenvoeging van de woorden “berg” (berg) en “lagen” (de wet) en betekent letterlijk de “wet van de berg”. Het gebied had eigen wetten onder andere op het gebied van belasting.

Suzanne stond even op een informatiebord te kijken toen deze dames aan kwamen rennen.

Suzanne stond even op een informatiebord te kijken toen deze dames aan kwamen rennen.

Een van de volgelopen mijngaten.

Een van de volgelopen mijngaten.

Via deze trap daal je een klein stukje af de mijn in.

Via deze trap daal je een klein stukje af de mijn in.

Onderweg naar Högbergsfältet zijn we eerst gestopt bij Långban gruvor. Dit is een museum dat gewijd is aan de mijnbouw. De gebouwen zelf zijn gesloten maar het terrein was toegankelijk en we konden in alle rust langs de gebouwen lopen en de informatieborden lezen. In Långban werd waarschijnlijk al in de 16de eeuw ijzer gewonnen, maar in de 17de werden de mijn weer verlaten. In 1711 werd weer begonnen met de mijnbouw. In 1870 begon men ook mangaan te winnen omdat men toen wist waarvoor men dat materiaal kon gebruiken. In 1891 werd ook begonnen met het winnen van dolomiet.

De liften.

De liften.

Doordat er meerdere soorten erts gewonnen werden moest dit gesorteerd worden. Dit gebeurde in dit gebouw.

Doordat er meerdere soorten erts gewonnen werden moest dit gesorteerd worden. Dit gebeurde in dit gebouw.

Een mooi huisje op het terrein.

Een mooi huisje op het terrein.

Het liftgebouw.

Het liftgebouw.

In 1956 stopte men met het winnen van ijzer en mangaan en werd alleen nog dolomiet gewonnen. In 1972 is de hele mijn stilgelegd. De diepste mijn op Långban is 365 meter diep.

Nadat we rondgekeken hadden zijn we doorgereden naar Högbergsfältet. Bij de parkeerplaats stond een bord met een kaartje en een wegwijzer. Volgens de wegwijzer stonden we bij “Nygruvan” maar dat stond weer niet op de kaart wel konden we zien waar onze parkeerplaats zou moeten zijn, maar de wegen die we op de kaart zagen leken niet overeen te komen met de werkelijkheid. De wegwijzer die er stond was ook niet behulpzaam, of je nu rechtdoor liep of afsloeg je kwam altijd op dezelfde plekken uit. We hebben een tijdje het informatiebord bestudeerd en langzaam kwamen er wat herinneringen terug, jaren geleden (in wat wij het pre-Stöllet tijdperk noemen) waren we hier geweest! We zochten toen een geocache en hadden bij een kapel geparkeerd. De kapel moest volgens onze herinnering een eind verderop staan. Dus zijn we naar de kapel gegaan en daar stond een iets betere kaart.

Het gebied is niet zo heel erg groot en dat bleek ook toen we dapper de oranje markering volgden. Op heel veel kruisingen stonden de markeringen op alle wegen en hier en daar stond een pijl met de naam van een groeve of een andere bezienswaardigheid. In het gebied zijn zo’n 15 mijnen waar vroeger erts gewonnen werd. In 1906 is de mijnbouw hier gestopt en nu is het gebied een natuurreservaat.

Herfstkleuren aan de rand van Yngen

Herfstkleuren aan de rand van Yngen

Vanaf de kapel zijn we richting het meer “Yngen” gewandeld en hebben grotendeels de oever gevolgd. Het meer was vrijwel spiegelglad en de bossen aan de rand in herfstkleuren maakten het uitzicht schitterend.

De ingang van Tilas Stoll.

De ingang van Tilas Stoll.

We zijn doorgelopen tot Tilas Stoll, dit is een horizontale gang door de berg zodat het erts gemakkelijker naar het meer en boten kon worden afgevoerd. Je kunt er een stuk doorheen lopen en komt dan uit bij een van de gaten waar vroeger erts gewonnen werd. De gang zelf verbond vroeger meerdere van die gaten met elkaar. De ingang van Tilas Stoll is vrij groot maar even later kun je alleen maar gebukt lopen en is het donker. Gelukkig hadden we een lampje op ons mobieltje zodat we in ieder geval konden zien waar we ons hoofd tegen zouden stoten of waar we natte voeten van kregen.

Blik omhoog aan het eind van Tilas Stoll.

Blik omhoog aan het eind van Tilas Stoll.

Tilas Stoll

Tilas Stoll

Na Tilas Stoll zijn we teruggelopen naar de kapel. Aangezien er veel markeringen stonden die alle kanten op gingen en er niet een pad was hebben we de wegwijzers gevolgd zodat we onderweg nog wat meer bezienswaardigheden zouden zien.

Herdenkingssteen voor de mijnwerkersstaking

Herdenkingssteen voor de mijnwerkersstaking

Op Högbergsfältet brak in 1869 een van de eerste en grootste mijnwerkersstakingen uit in Zweden. Het bestuur van het mijnbouwbedrijf wilde de lonen verlagen, de ontslagtermijn verkorten en de ziekenzorg verminderen. Dit kwam hard aan bij de mijnwerkers de oogsten in 1867 en 1868 waren mislukt en ze hadden net een grote hongersnood achter de rug. De mijnwerkers weigerden het contract te tekenen en gingen in staking. Het bestuur schakelde toen het leger in om de mijnwerkers in bedwang te houden.  De staking duurde 9 dagen waarna de mijnwerkers akkoord gingen en er alleen een iets langere ontslagtermijn aan over hielden.

Oude mijn

Oude mijn

Al dwalend kwamen we weer uit bij de kapel en onze auto en gingen weer op weg naar huis. Onderweg kwamen we door Hagfors en zijn daar naar de uitkijktoren gegaan. We hadden het bordje al vaker gezien maar de uitkijktoren hadden we nog nooit beklommen. De uitkijktoren staat op een van de heuvels aan de rand van Hagfors vanaf waar je een mooi uitzicht op de omgeving. We hebben de toren niet helemaal beklommen de wenteltrap in het midden stond weliswaar op een soort van pilaar maar hing verder aan de constructie waardoor die behoorlijk wiebelde bij het beklimmen. Het uitzicht was er echter niet minder mooi om.

Hagfors

Hagfors

Uitzicht over Värmland in herfstkleuren.

Uitzicht over Värmland in herfstkleuren.

De uitzichttoren bij Hagfors.

De uitzichttoren bij Hagfors.

Daarna werd ook het tijd om naar huis te gaan en te eten want we zouden ‘s avonds nog bij Hans en Yvonne langs gaan.