Tilas Stoll is weer open!

Een aantal jaren geleden waren voor het eerst in het natuurreservaat Högbergsfältet. We hebben toen een mooie wandeling door het gebied gemaakt, veel geleerd over de vroegere mijnbouw en zijn door een oude mijngang een mijn in gewandeld. De mijngang waar we gebukt doorheen liepen heette Tilas Stoll. In februari van 2016 zijn we er nog een keer geweest en toen zagen we enorme ijspegels. Toen we in december van dat jaar weer wilden gaan kijken was er voor de ingang een metalen hek geplaatst en konden we de gang niet. Thuis hebben we uitgezocht waarom de gang dicht was, er bleek gevaar voor instorting van de mijn te zijn. We wisten niet of de mijn ooit nog open zou gaan. Het Länsstyrelsen Värmland liet weten dat de mijn in 2017 weer open zou gaan, uiteindelijk werd dat september 2018.

Gisteren zijn we naar het Högbergsfältet gegaan waar de mijn en de mijngang Tilas Stoll liggen om te zien of de gang ook echt weer open was. Het was prachtig herfstweer en zelfs als de gang nog dicht zou zijn zouden we in het gebied genieten van de prachtige wandeling. Aangekomen bij de parkeerplaats waren we niet de enigen die van deze mooie herfstdag wilden genieten. In de zon was het zelfs warm en al pratend wandelden we door het natuurreservaat richtig Tilas Stoll. De mijngang was inderdaad weer open en bij het licht van onze telefoons liepen we gebukt door de gang de mijn in. In de mijn zelf had men een metalen vlonder en een soort van gaas aangebracht zodat bezoekers niet door vallende stenen getroffen zouden worden, maar de mijn was er niet minder mooi om. Eenmaal uitgekeken zijn we door de gang weer teruggelopen en hebben onze wandeling door het gebied vervolgd.

Prachtig herfstweer

Ruïne van het machinehuis

Licht aan het eind van de tunnel (Tilas stoll)

En dan sta je in de open mijn

Blik naar boven

De uitgang, in de verte het meer Yngen

Herfstkleuren

Onderweg

Prachtig bladerdak

Nu de gang weer open is gaan we in de winter zeker nog een keer een kijkje nemen. De enorme ijspegels en de bevroren watervalletjes vormen bizarre formaties. Onderstaande foto hebben we gemaakt in februari 2016 en het is verbazingwekkend hoe groot de ijspegels kunnen worden.

De mijn in februari 2016.

Eindelijk noorderlicht!

We hebben al vaker geprobeerd het noorderlicht te zien maar tot nu toe was dat niet gelukt. Op een halve poging na dan waarbij we een vaag licht aan de horizon zagen. Verder was het of bewolkt, de Kp-index te laag of waren we domweg in Nederland.

De Kp-index is de geomagnetische activiteitsindex en is een indicatie van hoe goed het noorderlicht te zien. Achter de Kp-index zit een wetenschappelijke grondslag maar voor ons is het voldoende om te weten dat als de Kp-index 5 is de kans op het zien van noorderlicht in Stöllet groot is.

Om erachter te komen welke waarde de index heeft raadplegen we websites en apps op onze telefoons. Ondertussen hebben we geleerd dat de Fb-index de allerbeste index is die er bestaat. De Fb-index, oftewel de Facebook-index, bestaat uit een Facebookvrienden die melden dat er noorderlicht te zien is. Voor ons is dat de aanleiding om eerst nog wat informatie op te zoeken over de waarde van de Kp-index. Als beide indexen, de Fb-index en de Kp-index, een positieve uitslag geven gaan we op pad. We zoeken een plek waarbij we goed zicht op het noorden hebben en er nergens, maar dan ook nergens, kunstlicht te zien is. Met andere woorden een plek waar het extreem donker is en waar je ook als er geen noorderlicht is je ongelofelijk veel sterren waarneemt.

Vanavond waren beide indexen positief en we gingen op weg naar “onze” plek. Onderweg zagen we al vage strepen in de lucht maar het licht van koplampen en het dashboard waren nog te storend om het goed te kunnen zien. Op onze plek aangekomen deden we alle lichten uit en lieten onze ogen wennen aan het donker. We zagen het noorderlicht steeds beter en het nam ook nog eens in kracht toe. Het licht danste aan de hemel, nam toe in intensiteit, werd weer wat zwakker en kwam daarna weer op volle sterkte terug. We zagen een bijzonder niet te beschrijven schouwspel. Dit was niet zomaar een vage gloed dit was “the real thing”. We hebben genoten!

 

 

 

 

Dag mooie zomer…

Anders Zorn

Gisteren zijn we naar het Zornmuseum in Mora geweest. Anders Zorn was schilder, etser en beeldhouwer en werd op 18 februari 1860 geboren in Mora. In de omgeving rondom Mora vind je veel terug van Zorn. Naast het museum ligt het voormalige landhuis Zorngården dat door hem en zijn vrouw Emma werd herbouwd. Verder ligt in Mora de Zorn Gammelgård, een openluchtmuseum waar hij gebouwtjes en schuurtjes verzamelde. Gopsmor, het toevluchtsoord en atelier van de kunstenaar, ligt even ten noorden van Mora.

Zornmuseum

Zorngården

Wij kenden het werk van Anders Zorn hoogstens van een prent die we af en toe zagen of een kalender bij de boekhandel. Het sprak ons in ieder geval aan en vandaag gingen we het werk van de kunstenaar van dichtbij bekijken. Het museum was chronologisch opgezet en zo wandelden we door het leven van Anders Zorn en zagen zijn werken.

Törnsnåret

Het schilderij “Törnsnåret” (de doornenstruik) heeft een verhaal: Tijdens een wandeling raakte de jurk van Emma vast in een een struik en ze vroeg Anders om haar te helpen. Hij zei echter dat ze stil moest blijven staan, pakte zijn schilderdoos en begon te schilderen. Dit soort momenten zijn voor ons ook herkenbaar, alleen duurt het maken van een foto iets minder lang dan het maken van een schilderij.

Zelfportret

Werk van Anders Zorn

Het museum is chronologisch van opzet en door de beschrijvingen krijg je een goed tijdsbeeld.

Mrs. Howe

Anders Zorn overleed op  22 augustus 1920 in Mora. Zijn vrouw Emma heeft (1860 – 1942) hem ruimschoots overleefd is de grondlegster van het Zornmuseum dat in 1939 in Mora werd geopend.

De grens opgezocht

Gisteren zijn we in de gemeente Älvdalen op pad geweest. De gemeentes, kommun, in Zweden zijn niet te vergelijken met de gemeentes in Nederland, al is het maar als het gaat om de oppervlakte. Älvdalen heeft een oppervlakte van bijna 7200 vierkante kilometer en is daarmee bijna net zo groot als Noord-Brabant en Limburg samen. Voor wat betreft inwoners liggen de verhoudingen ook anders: Älvdalen heeft iets meer dan 7000 inwoners terwijl Noord-Brabant en Limburg samen er 3,5 miljoen hebben. De omvang en het lage inwoneraantal zagen we gisteren ook in het landschap, het is uitgestrekt met hier en daar hele kleine dorpjes.

In de buurt van Idre zagen we de eerste rendieren. Dit keer zaten ze beter in hun vacht dan een paar weken geleden.  Ze blijven leuk om te zien, maar als ze weer voor je auto lopen heb je zoiets van “alweer rendieren” (en toch maak je dan weer een foto). Rendieren zijn overigens de enige hertensoort waarbij mannetjes en vrouwtjes een gewei hebben.

De vacht ziet er een stuk mooier uit.

Alweer rendieren

Het uitgestrekte landschap.

Na Idre zijn we afgeslagen richting het oosten en kwamen we in een stuk terecht waar echt helemaal niets was, behalve een schitterend uitgestrekt landschap. Langs  een deel van de weg stonden oude elektriciteitspalen met nog porseleinen isolatoren maar we hadden geen idee waar die draden nu allemaal naar toe moesten. Uiteindelijk bereikten we de grens met Jämtlands län, hier hield het voor ons op. We werken aan een boek over Dalarna en we stoppen dan ook bij de grenzen van die provincie anders houdt het nooit op. We hebben de camera’s opgeborgen en zijn vlug doorgereden totdat we het bord Dalarnas Län passeerden en we weer foto’s mochten maken (niet echt hoor, we hebben ook van dat stuk genoten, dus wie weet).

De grens. Herjedaelien Tjïelte is Samisch voor Härjedalens Kommun.

Op onze tocht door Dalarna hadden we nog plek waar we persé heen wilden. De informatie zat in ons archief, maar wilden zeker weten of we het goed hadden. In Dalarna en overigens ook in Värmland leven beren. Een van de plekken die we wilden bekijken was een berenhol. Dit hol was een paar winters geleden van een beer met twee jongen en we wilden zeker weten of het er nog was. Voor een buitenstaander lijken waarschijnlijk alle wegen op elkaar maar toen we op weg waren, wisten we dat we goed zaten. Ons geheugen liet ons niet in de steek, soms zijn het details die maken dat we een plek uit duizenden herkennen. Na een aantal kilometer vonden we de inham waar we destijds parkeerden en vrij snel vonden we het hol. Het hol is nu natuurlijk verlaten, maar de wetenschap dat er beren in de buurt leven en dat je bij een hol staat maken toch dat je extra goed oplet en bij ieder kraakje opkijkt. Terug bij de auto hebben we de lokatie meteen goed gedocumenteerd en de coördinaten vastgelegd. Er kon weer een onderdeel van ons lijstje afgevinkt worden.

Het berenhol.

Na ons bezoek aan het berenhol zijn we via allerhande wegen, in ieder geval niet via de doorgaande wegen, richting Stöllet gegaan. Plotseling zagen we naast de weg een vreemde hoop boomstronken. Dat er boomstammen naast de weg liggen is normaal, en regelmatig zien we ook de grote houttrucks (die ongekend hard over een onverharde weg denderen). Een hoop boomstronken is vreemd, als ze zo bij elkaar liggen levert dat bizarre vormen. Na onderzoek bleek dat de boomstronken verzameld werden voor het op de ouderwetse manier maken van teer.

Boomstronken

Van dichtbij en in zwartwit.

Al zwervend naderden we Stöllet. We praatten over de plannen voor morgen. We hadden geen idee, in Dalarna waren we klaar, we hebben het op vele manier doorkruist en alle grenzen opgezocht: Noorwegen, Jämtland, Västmanland, Närke, Värmland en Dalsland. We hebben nog genoeg te schrijven maar we besloten om morgen een dag vrij te nemen. Zijn we dan gewoon de hele dag thuis? Echt niet!

Bijna thuis, nog zo’n 30 kilometer te gaan.