Lördagsmys: Landschappen

Vroeger was Zweden ingedeeld in landskap, landschappen. Een landschap had een hoge mate van zelfstandigheid met eigen bestuur en wetten. De bewoners identificeerden zich met het landschap waar ze woonden, hadden een gemeenschappelijk dialect en eigen tradities. Zweden kent 25 van dit soort landschappen die weer verdeeld zijn in drie delen: Norrland, Svealand en Götaland. Deze driedeling heeft verder geen betekenis en wordt voornamelijk gebruikt bij de weersvoorspellingen.

In 1634 heeft er een hervorming plaatsgevonden en werd Zweden ingedeeld in län, een soort provincies. Hiermee verdween de oude indeling van landschappen, hoewel de grenzen van de län grotendeels samenvielen met de grenzen van de oude landschappen. Sommige landschappen zijn echter verdwenen of hebben een andere naam gekregen. Ook het aantal län is in de loop der jaren veranderd, sommigen zijn samengevoegd met anderen of juist weer gesplitst. Tegenwoordig kent Zweden 21 län.

Links de indeling in Landskap rechts de indeling in Län.

Ondanks de indeling in län worden de landskap gelukkig nog vaak in kaarten ingetekend en gebruikt. Anders zouden bekende delen van Zweden compleet van de kaart geveegd zijn. In de indeling in län, zouden bijvoorbeeld Småland, Bohuslän, Dalsland, Gästrikland, Öland, en Lappland niet meer bestaan. Stel je voor IKEA zou de speelplek Småland plotseling “Kronobergs län” gaan noemen.

Op scholen wordt nog lesgegeven met de indeling in landschappen en ook het toerisme gebruikt deze indeling (bijvoorbeeld schrijvers van reisgidsen). Landschappen hebben van oudsher een eigen dialect, geschiedenis en cultuur en veel Zweden voelen zich verbonden met het landschap waarin in ze wonen. Een landschap heeft  een eigen wapen, een landschapsdier en een landschapsbloem. Zo staat op het wapen van Värmland een arend, is het dier de wolf en de bloem de zevenster. Verder zijn de landschappen nog onderdeel van de titels van de koninklijke familie en zijn prins Carl Philip en prinses Sofia hertog en hertogin van Värmland.

En zeg nu zelf, landskap klinkt toch veel mooier dan län?

 

Lördagsmys: Milsten

Als je door Zweden rijdt zie je af en toe een soort van paal op een keurig gestapelde steenhoop staan. Als je beter kijkt zie je dat het niet zomaar een paal is, er staat een tekst op, bijv. 1/4 mil en soms een jaartal en een wapen. Soms zijn de palen van steen en soms van gietijzer. Deze mijlstenen, mijlpalen, zijn oude wegmarkeringen. De oudste mijlpalen waren van hout, later is men die van steen gaan maken omdat dat veel langer meegaat. In de 19de eeuw verschenen ook gietijzeren varianten.

Milsten

De geschiedenis van de mijlpalen gaat ver terug. Vroeger reisden niet zoveel mensen, het waren vaak postruiters, soldaten en rijksambtenaren. De “gewone” mensen bleven in hun dorp en bezochten hoogstens een jaarmarkt in een dorp verderop. Als ze door het land reisden zonder paspoort konden ze zelfs opgepakt worden wegens landloperij. In die tijd waren boeren verplicht om reizigers kosteloos van eten, drinken en onderdak en zelfs verse paarden te voorzien. Ondanks de verplichting waren de logies nogal van verschillend niveau. Een reiziger at mee met de pot en sliep op de vloer of bij de bewoners in bed.

De mijl was toen ook maar een afstandsaanduiding en er zaten nogal wat verschillen in de lengte van een mijl. Zo was een Smålandsmil 7.000 meter, een Västgötamil 13.000 meter en een Dalamil 14.485 meter. Aangezien er weinig mensen reisden maakte een metertje (die bestond toen nog niet) niet zo veel uit.

In het midden van de 17de eeuw werd deze situatie onhoudbaar. Er werd steeds meer centraal bestuurd, er werd meer gereisd en de kosten voor de boeren om al die reizigers te ontvangen werden te hoog. Op dat moment ontstond de behoefte aan een eenduidig systeem om afstanden te meten.

In 1649 is de gästgivarordning (vrij vertaald: herbergregeling) ingevoerd en daarmee ook de riksmil. De riksmil was 10.689 meter. De waarde lijkt onlogisch maar een riksmil is gelijk aan 10.000 aln (el). Op basis van de riksmil kon men nu ook reiskosten bepalen en boeren hoefden geen gratis onderdak meer te bieden aan reizigers. Er werd ook bepaald hoeveel paarden er beschikbaar moesten zijn voor reizigers.

Rond 1700 ontstonden er steeds meer “echte” herbergen (gästgiveri) en in 1734 is de regeling verder aangescherpt. Er moest een aparte ruimte voor reizigers komen en een fatsoenlijke eetgelegenheid. Ik vond een paar regels die nu alledaags lijken maar die toen blijkbaar erg belangrijk waren:

  • Een mes, vork of lepel mag geen etensresten van de vorige maaltijd bevatten
  • Als je een servet aanbiedt moet het schoon zijn
  • Snij brood niet dikker dan 1/4 duim
  • Serveer geen bedorven boter of eieren
  • Verwijder alle sigarenstompen uit de bloempotten
  • De poten van een stoel, tafel of bed moeten goed zijn zodat ze geen steun nodig hebben van een muur
  • Hou de ruimte voor reizigers warm ook als er even geen reizigers zijn.

Als je de regels bekijkt vraag je je af of je vroeger wel wilde reizen en als je nu een gästgiveri, herberg of B&B hebt hoop ik dat deze punten geen verrassing zijn.

In 1889 is het metrieke systeem ingevoerd en is één mil vastgesteld op 10.000 meter. Hier en daar zijn toen nieuwe mijlpalen geplaatst en op een enkele plaats zelfs kilometerpalen. In 1933 is de gästgivarordning officieel afgeschaft. Toch zie je regelmatig nog een bord “gästgiveri” en doen ze dienst als restaurant, hotel of B&B.

Milsten

Lördagsmys

Vanaf nu schrijven we iedere zaterdag een blog onder de noemer “Lördagsmys” over een onderwerp dat iets met Zweden te maken heeft. Het werkwoord “mysa” is niet goed te vertalen, “gezellig” is het naar ons idee net niet. Het Engelse “cosy” komt een beetje in de buurt. Vrij vertaald is “mysa” iets leuks, plezierigs of gezelligs doen. Onze blog houden we “mysig”, het wordt geen diepgravend achtergrond artikel maar gewoon iets leuks over Zweden. De blog kan over een weetje gaan, een verhaal dat hoort bij een van onze foto’s of een onderwerp wat onze blog nog niet gehaald heeft. Mocht je een suggestie hebben dan mag je dat ook laten weten (we beloven niets). Over hoe en wanneer er in gemyst moet worden is in Zweden regelmatig onderwerp van discussie en onderzoek. Voor het schrijven van een blog hebben we voor de zaterdag gekozen. We hebben geen idee of het schrijven van een blog bij “mysen” hoort, we vinden het gewoon leuk om te doen.

De fredagsmys, op vrijdagavond dus, is het begin van het weekend. De fredagsmys is in 1990 ontstaan toen een chipsfabrikant mensen aanmoedigde om op vrijdagavond te ontspannen en hun chips te eten. De geschiedenis om op vrijdag- of zaterdagavond samen te zijn gaat echter verder terug. Vroeger was de zondag de enige vrije dag in de week en had men ook de zondagsrust. Met het afschaffen van onderwijs op zaterdag en de komst van de 40-urige werkweek en dus het vrije weekend, is de rust verschoven naar de vrijdag en de zaterdag. Het werd toen ook gebruikelijk om op die dagen de maaltijd gezamenlijk voor de tv te nuttigen.

Alles voor taco’s bij elkaar.

Het traditionele gerecht op vrijdag is taco. In de jaren 80 van de vorige eeuw begonnen bedrijven texmex producten te importeren en verschenen de producten in de supermarkt. In het begin sloegen de producten niet aan, ook omdat de consumenten niet goed wisten hoe ze ze moesten gebruiken. Dit veranderde toen in de zomer van 1988 de directeur van Nordfalks (nu Santa Maria) uitgenodigd werd voor een diner. Op het menu stonden taco’s en hij zag dat alle genodigden hiervan smulden. Hij zag hier een kans: pittige kruiden, groenten, sausjes en zelf je eigen taco klaar maken. Hij introduceerde dit in Zweden en na een tijdje werd het een succes. Het werd dé maaltijd voor de vrijdagavond. In vrijwel iedere supermarkt in Zweden vind je daarom een groot rek waar alle ingrediënten voor het maken van taco’s bij elkaar staan.

Om het weekend compleet te maken hebben de Zweden dan ook nog hun “lördagsgodis” oftewel “zaterdagsnoep”. Dit begrip is ontstaan toen in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw ouders en opvoedkundigen besloten dat kinderen alleen mochten snoepen op zaterdag. Door niet de hele week te snoepen wilden ze aan tandzorg en preventie van cariës doen.

Een snoepwinkel van ongekende omvang.

Los snoepgoed verscheen steeds meer in de winkels en sinds het in 1985 is toegestaan om zelf je snoep te scheppen heeft het een grote vlucht genomen. In iedere supermarkt vind je daarom ook een groot rek met schepsnoep en in grote winkelcentra vind je snoepwinkels van ongekende omvang. Op vrijdag en zaterdag zie je vaak gezinnen met kinderen een voorraad snoep inslaan waarvan ik me dan weer afvraag of ze in het weekend, en de rest van de week, nog iets anders eten. In ieder geval zullen ook het nodige snoep eten bij het lördagsmysen.

De Denen hebben hun “hygge” maar ik denk toch dat Zweden het met hun “mys” beter georganiseerd hebben door het onderdeel te maken van hun dagelijkse leven en aan fredagsmys en lördagsmys te doen of welke dag dan ook te “mysen”.

Dag mooie zomer…

Anders Zorn

Gisteren zijn we naar het Zornmuseum in Mora geweest. Anders Zorn was schilder, etser en beeldhouwer en werd op 18 februari 1860 geboren in Mora. In de omgeving rondom Mora vind je veel terug van Zorn. Naast het museum ligt het voormalige landhuis Zorngården dat door hem en zijn vrouw Emma werd herbouwd. Verder ligt in Mora de Zorn Gammelgård, een openluchtmuseum waar hij gebouwtjes en schuurtjes verzamelde. Gopsmor, het toevluchtsoord en atelier van de kunstenaar, ligt even ten noorden van Mora.

Zornmuseum

Zorngården

Wij kenden het werk van Anders Zorn hoogstens van een prent die we af en toe zagen of een kalender bij de boekhandel. Het sprak ons in ieder geval aan en vandaag gingen we het werk van de kunstenaar van dichtbij bekijken. Het museum was chronologisch opgezet en zo wandelden we door het leven van Anders Zorn en zagen zijn werken.

Törnsnåret

Het schilderij “Törnsnåret” (de doornenstruik) heeft een verhaal: Tijdens een wandeling raakte de jurk van Emma vast in een een struik en ze vroeg Anders om haar te helpen. Hij zei echter dat ze stil moest blijven staan, pakte zijn schilderdoos en begon te schilderen. Dit soort momenten zijn voor ons ook herkenbaar, alleen duurt het maken van een foto iets minder lang dan het maken van een schilderij.

Zelfportret

Werk van Anders Zorn

Het museum is chronologisch van opzet en door de beschrijvingen krijg je een goed tijdsbeeld.

Mrs. Howe

Anders Zorn overleed op  22 augustus 1920 in Mora. Zijn vrouw Emma heeft (1860 – 1942) hem ruimschoots overleefd is de grondlegster van het Zornmuseum dat in 1939 in Mora werd geopend.