Vilken otur (2009)

Het is alweer bijna 9 jaar geleden dat dit gebeurde maar deze dag is ons heel goed bijgebleven.

8 augustus 2009: Onze vakantie in Zweden zat er weer op. We hadden voor twee weken een huis gehuurd op Branäsberget. In de winter is het een prachtig skigebied, in de zomer is het bijna uitgestorven. We hadden de weken doorgebracht met wandelen, zwemmen, barbecuen, een bezoek aan het techniekmuseum in Oslo, het fort in Kongsvinger,  de zilvergroeve bij Hornkullen, Trysil, Bodaborg, Rottneros, Mårbacka en nog veel meer.

We hadden de auto ingepakt en gingen op weg naar Oslo voor de boot naar Kiel. Ik had nog geen honderd meter gereden en merkte dat de auto vreemd stuurde. Ik stapte uit en zag dat de voorband leeg was. Dat betekende de auto weer helemaal uitladen en op zoek naar het instructieboekje om te zien waar de krik en het reservewiel zich bevonden, want hoe vaak wissel je nu een lekke band? Toen ik even rond keek zag ik aan de overkant van de weg iemand naar me gebaren. Ik zei dat de voorband lek was. De man antwoordde “dat klopt”. Hoezo “dat klopt”, dat kon hij toch niet zien? Hij wees naar de andere kant van de auto. Ik liep om de auto heen en zag dat de andere voorband ook lek was.

Daar sta je dan: twee lekke banden, maar één reservewiel, in een vrijwel verlaten skioord en het dichtstbijzijnde plaatsje Sysslebäck zo’n 15 kilometer verderop. Ondertussen was de man al aan komen lopen en samen bekeken we de situatie. Hij zei dat als we de wielen van de auto af zouden halen dat hij dan wel met me naar Sysslebäck wilde rijden om te zien of daar een garage was. Ondertussen was er nog iemand aan komen lopen en toen hij de situatie zag zei hij “Wacht maar, ik haal even mijn krik”. Uit zijn pickup haalde hij een stevige garagekrik. De andere man haalde ook een krik zodat ik de auto niet hoefde uit te laden. Even later stond de auto zonder voorwielen op twee krikken. Suzanne wandelde met de kinderen terug naar het vakantiehuis en zou daar wachten totdat we terug waren.

We legden de banden in de auto en gingen op weg. In de auto hebben we ons eerst maar eens aan elkaar voorgesteld. De man bleek Brian te heten, hij was ingenieur en kwam uit Denemarken. Hij was nu op vakantie in zijn huis op Branäsberget. In Sysslebäck bleek dat de enige garage dicht was. We zijn toen naar het tankstation gereden, in de hoop dat zij misschien iemand wisten die me kon helpen. Ik heb daar het hele verhaal uitgelegd aan de mevrouw achter de balie. De eerste reactie was “Heb je dan geen reservewiel?” Jawel, maar ik heb twee lekke banden. Toen viel bij de mevrouw ook het kwartje (of öre?). Na een “herregud” en “vilken otur” (wat een pech) ging ze hun monteur bellen. Helaas, de monteur nam niet op. Langzaamaan kreeg ik het idee dat we Oslo vandaag niet gingen halen. Totdat er een meneer naar me toe kwam. Hij had het verhaal gehoord en wist misschien wel iemand. Hij vroeg of het goed was als hij even zou bellen. Natuurlijk! Ik was allang blij dat mijn bandenprobleem mogelijk werd opgelost. De man ging bellen en vroeg even later welke bandenmaat ik had. We liepen naar de auto van Brian en lieten hem de banden zien. Na wat heen en weer gepraat bleek dat diegene die hij aan de lijn had twee banden in deze maat had. Het was alleen 2 mil verderop (een mil is een Zweedse mijl en dat is 10 kilometer). Ik keek naar Brian. Die haalde zijn schouders op en zei “Ik heb vakantie en toch niets beters te doen.” Aangezien ik de banden contant moest betalen reden we eerst naar de pinautomaat in Sysslebäck. Onderweg grapte Brian nog “Je hebt al een pechdag met twee lekke banden, nu zul je zien dat de pinautomaat het ook niet doet.” En inderdaad de enige pinautomaat in de wijde omtrek had een storing. Dan maar terug naar het tankstation. Gelukkig mocht ik daar contanten pinnen. Daarna reden we achter de meneer aan op weg naar iemand die twee banden in de goede maat scheen te hebben.

Plotseling sloegen we linksaf een onverharde bosweg in en reden we kilometers het bos in? Wat nu? Ik had toch goed uitgelegd wat er aan de hand was? Brian verbaasde zich ook. Nou ja, de man zou het wel weten. Na een hele tijd kwamen we aan bij een huis met een grote schuur, buiten stonden oude auto’s en lagen onderdelen. We stapten uit en vanuit de schuur kwam iemand naar ons toe. We lieten hem de banden zien en hij zei dat hij die inderdaad had liggen. We liepen achter hem de schuur in waarin hij een complete garage had.  Er stond een brug, lasapparaat en een grote Amerikaanse auto. Bizar. Midden in het bos heeft iemand een hobbygarage.

Zonder veel te zeggen haalde hij met een machine de kapotte banden van de velg en legde de nieuwe banden erop. Vervolgens ging hij de banden balanceren. Bij de tweede band begon hij te vloeken, het lukte hem niet om die gebalanceerd te krijgen. Uiteindelijk gaf hij het op. Ik kreeg het advies om de banden achter op de auto te leggen in plaats van voor, dan had ik minste last van het trillen van het niet gebalanceerde wiel. Ik rekende af, we legden de banden in de auto gingen weer op weg naar Branäs. Op de terugweg praatten Brian en ik verder over wat we meegemaakt hadden, dit was hem ook nog nooit overkomen. Volgens hem kon ik nu wel een lot kopen, meer pech dan vandaag kun je niet hebben vond hij, ik zou zeker een prijs winnen.

Op Branäsberget stond de auto nog keurig op de twee krikken. Suzanne en de kinderen waren blij dat we weer terug waren, ik had geen telefoon bij me en ze konden me niet bereiken. Ze hadden ook geen idee van mijn avonturen met de twee banden. Nu begon het grote bandenwisselen, de achterbanden moesten naar voren en de twee nieuwe banden moesten op de achterkant. De meneer die eerder ook al geholpen had kwam ook helpen en niet veel later stond de auto weer op vier banden. We konden naar Oslo en met een beetje geluk waren we nog op tijd voor de boot! Ik heb Brian en de andere man hartelijk bedankt voor alle hulp. Ze wilden van geen vergoeding weten, ze waren allang blij dat ze konden helpen.

We waren net op tijd in Oslo. De dag erna reden we van Frederikshavn (Denemarken) weer naar huis. Dat het ene wiel niet gebalanceerd was, was te merken. Als we iets harder dan 100 reden was het trillen goed te voelen in de auto. Maar we konden naar huis, al was het met een slakkegangetje. In Nederland ben ik met de auto naar de garage gegaan en heb hun het hele verhaal verteld. Ook daar kregen ze het ene wiel niet gebalanceerd. We hebben toen besloten van dat wiel het reservewiel te maken.

Dit was een dag om nooit te vergeten, maar we willen niet nog een keer zoiets meemaken. Of zoals Daan op zo’n moment zegt “Dit is vast een leuk verhaal … voor later.” Een paar maanden na dit avontuur hebben we ons huis in Stöllet gekocht.

Op Branäsberget