De grens opgezocht

Gisteren zijn we in de gemeente Älvdalen op pad geweest. De gemeentes, kommun, in Zweden zijn niet te vergelijken met de gemeentes in Nederland, al is het maar als het gaat om de oppervlakte. Älvdalen heeft een oppervlakte van bijna 7200 vierkante kilometer en is daarmee bijna net zo groot als Noord-Brabant en Limburg samen. Voor wat betreft inwoners liggen de verhoudingen ook anders: Älvdalen heeft iets meer dan 7000 inwoners terwijl Noord-Brabant en Limburg samen er 3,5 miljoen hebben. De omvang en het lage inwoneraantal zagen we gisteren ook in het landschap, het is uitgestrekt met hier en daar hele kleine dorpjes.

In de buurt van Idre zagen we de eerste rendieren. Dit keer zaten ze beter in hun vacht dan een paar weken geleden.  Ze blijven leuk om te zien, maar als ze weer voor je auto lopen heb je zoiets van “alweer rendieren” (en toch maak je dan weer een foto). Rendieren zijn overigens de enige hertensoort waarbij mannetjes en vrouwtjes een gewei hebben.

De vacht ziet er een stuk mooier uit.

Alweer rendieren

Het uitgestrekte landschap.

Na Idre zijn we afgeslagen richting het oosten en kwamen we in een stuk terecht waar echt helemaal niets was, behalve een schitterend uitgestrekt landschap. Langs  een deel van de weg stonden oude elektriciteitspalen met nog porseleinen isolatoren maar we hadden geen idee waar die draden nu allemaal naar toe moesten. Uiteindelijk bereikten we de grens met Jämtlands län, hier hield het voor ons op. We werken aan een boek over Dalarna en we stoppen dan ook bij de grenzen van die provincie anders houdt het nooit op. We hebben de camera’s opgeborgen en zijn vlug doorgereden totdat we het bord Dalarnas Län passeerden en we weer foto’s mochten maken (niet echt hoor, we hebben ook van dat stuk genoten, dus wie weet).

De grens. Herjedaelien Tjïelte is Samisch voor Härjedalens Kommun.

Op onze tocht door Dalarna hadden we nog plek waar we persé heen wilden. De informatie zat in ons archief, maar wilden zeker weten of we het goed hadden. In Dalarna en overigens ook in Värmland leven beren. Een van de plekken die we wilden bekijken was een berenhol. Dit hol was een paar winters geleden van een beer met twee jongen en we wilden zeker weten of het er nog was. Voor een buitenstaander lijken waarschijnlijk alle wegen op elkaar maar toen we op weg waren, wisten we dat we goed zaten. Ons geheugen liet ons niet in de steek, soms zijn het details die maken dat we een plek uit duizenden herkennen. Na een aantal kilometer vonden we de inham waar we destijds parkeerden en vrij snel vonden we het hol. Het hol is nu natuurlijk verlaten, maar de wetenschap dat er beren in de buurt leven en dat je bij een hol staat maken toch dat je extra goed oplet en bij ieder kraakje opkijkt. Terug bij de auto hebben we de lokatie meteen goed gedocumenteerd en de coördinaten vastgelegd. Er kon weer een onderdeel van ons lijstje afgevinkt worden.

Het berenhol.

Na ons bezoek aan het berenhol zijn we via allerhande wegen, in ieder geval niet via de doorgaande wegen, richting Stöllet gegaan. Plotseling zagen we naast de weg een vreemde hoop boomstronken. Dat er boomstammen naast de weg liggen is normaal, en regelmatig zien we ook de grote houttrucks (die ongekend hard over een onverharde weg denderen). Een hoop boomstronken is vreemd, als ze zo bij elkaar liggen levert dat bizarre vormen. Na onderzoek bleek dat de boomstronken verzameld werden voor het op de ouderwetse manier maken van teer.

Boomstronken

Van dichtbij en in zwartwit.

Al zwervend naderden we Stöllet. We praatten over de plannen voor morgen. We hadden geen idee, in Dalarna waren we klaar, we hebben het op vele manier doorkruist en alle grenzen opgezocht: Noorwegen, Jämtland, Västmanland, Närke, Värmland en Dalsland. We hebben nog genoeg te schrijven maar we besloten om morgen een dag vrij te nemen. Zijn we dan gewoon de hele dag thuis? Echt niet!

Bijna thuis, nog zo’n 30 kilometer te gaan.