Op 30 april is het Valborgsmässoafton, de Walpurgisnacht. Sinds de 15de eeuw wordt het feest gevierd ter nagedachtenis aan de heilige Sint Walpurga (Valborg). Zij werd op 1 mei heilig verklaard en zo raakte haar naam verbonden aan de lentefeesten die op die datum gevierd worden.

Walpurgnisnacht uit Faust

Walpurga werd rond 710 geboren in Engeland en stierf in Heidenheim in Duitsland in 779. Ze was de dochter van koning Richard van Wessex. Als non evangeliseerde ze samen met Bonifatius (ja, die van Dokkum) en haar broers in wat nu Duitsland is. Na haar overlijden werden in de nacht van 30 april op 1 mei 870 haar relieken overgebracht naar Eichstätt, waardoor deze nacht de Walpurgisnacht genoemd wordt. De St. Willibald kerk in Eichstätt (Duitsland) is aan haar gewijd en uit de rots waarop haar relieken geplaatst zijn schijnt een geneeskrachtige olie te komen.

In de voorchristelijke tijden geloofden de heidenen dat in deze nacht de boze machten vrij spel hadden. In die nacht zouden heksen op bezems en bokken naar de oude offerplaatsen vliegen. Om de heksen te verjagen maakte men lawaai door met geweren te schieten en op hoorns te blazen en stak men grote vuren aan.
In de beschrijving van de Walpurgnisnacht in Faust, van Goethe, werd de heksensabbat gevierd op de berg Brocken (Blocksberg) in de Duitse Harz. Volgens het verhaal verkocht Faust hier zijn ziel aan Mefisto, de duivel.

De meeste Zweden vieren Valborgsmässoafton niet vanwege de heilige Valborg maar meer als lentefeest en de terugkeer van het licht. Daarmee is de viering ouder dan het christendom. Het christendom breidde zich pas later uit in het noorden en zocht toen verbinding met de oude heidense feesten. Oorspronkelijk werden de vuren niet aangestoken om heksen weg te jagen maar om het oude te verbranden en plaats te maken voor het nieuwe. Dit paste goed bij het paasfeest van de christenen, omdat dat gaat over sterven en leven. Hierdoor hebben de vuren een betekenis in de heidense en de christelijke traditie. Toen het christendom zich uitbreidde werden kerken vaak gebouwd op de plaatsen waar de heidense feesten gehouden werden. Hierdoor raakte het christendom ook verbonden met de plaats van de feesten.

Valborgvuur

Odin

De vikingen eerden op 1 mei hun vruchtbaarheidsgoden Freyr en Freya. Daarnaast stonden ze ook stil bij het offer van Odin (Wodan). Odin hing zich aan zijn voeten op aan een van de takken van Yggdrasil, de levensboom uit de Noordse mythologie, en stak zichzelf in de borst met zijn speer. Zo hing hij ondersteboven aan de boom en staarde naar beneden in het water van een bron. Hij wilde niet dat de andere goden hem te hulp kwamen en bleef zonder eten en drinken negen dagen hangen. Op het einde van de negende nacht zag hij runen in de diepte van de bron. Zijn offer was aanvaard. Odin schreef de runen met zijn eigen bloed in het zand en zijn beproeving eindigde.

Dat dit allemaal op 1 mei samenkomt is niet zomaar. Op het oude Keltische zonnewiel of jaarwiel, dat ook door de Germanen gebruikt werd, is het een zogenaamd kwartpunt tussen de winterzonnewende en midzomer (de kortste en de langste dag).
Toevallig is koning Carl XVI Gustaf van Zweden ook nog eens op 30 april jarig.