Lördagsmys: Knut

Morgen is de naamdag van Knut, het is dan 20 dagen na kerst en het einde van de kerstperiode in Zweden. Knut Lavard was de zoon van de Deense koning Erik Ejegod die stierf in 1103. Knut was toen nog geen 10 jaar oud. Daarom werd zijn oom Niels de nieuwe koning. Toen Knut ouder werd, werd hij een bedreiging voor de positie van zijn oom en zijn zoon Magnus. Daarom liet Magnus Knut op 7 januari 1131 vermoorden. Knut werd in de abdij van Ringsted in Denemarken begraven. Zijn postume zoon, Valdermar den Store, liet hem in 1170 heilig verklaren en herbegraven in de St. Bendts kerk van Ringsted.

Op onze Zweedse kalender staan bij 6 januari: Caspar, Melchior, Balthasar.

De naamdagen van heiligen vallen altijd op hun sterfdag. Toch is de naamdag van Knut tegenwoordig 13 januari en niet 7 januari. Vroeger was 7 januari, de dag na Driekoningen, het einde van de kersttijd. Het was vroeger ook gebruikelijk om misdaden die gepleegd werden tijdens de kersttijd extra zwaar te straffen. Zodra het Knut was nam het leven weer zijn gewone loop en werden de straffen weer wat milder. In 1680 wilde de kerk het kerkelijkleven versterken en werd de kersttijd verlengd. Hiermee verhuisde ook de naamdag van Knut en werd zijn naamdag voortaan 13 januari.

Met de komst van Knut is het einde van de kersttijd aangebroken. Het is niet zomaar het einde, het is een feest, dat zeker vroeger, werd gevierd. Er werden liedjes gezongen en de kerstboom werd geplunderd, julgransplundring. Een deel van kerstversieringen was immers eetbaar: appels, koekjes en snoepjes hingen in de boom. Als ze nog niet op waren dan was Knut de dag dat je voor het laatst de kans kreeg om er van te eten. Als de boom dan leeg was werd deze vroeger letterlijk naar buiten gegooid. Een van de uitspraken op Knut is dan ook “tjugondag Knut kastas granen ut”, twintigste dag Knut wordt de kerstboom eruit gegooid. Ook het pepparkakshus, peperkoekhuisje, dat met zoveel moeite gebouwd en versierd was werd nu stukgeslagen en opgegeten. In sommige plaatsen gaan kinderen “på knut”. Ze gaan dan verkleed als Knutgubbe langs de deuren voor, de laatste, overgebleven lekkernijen. Ook wordt er in sommige plaatsen een knutfest georganiseerd.

Pepparkakshus

De oude tradities nemen af en de meeste Zweden zijn al veel eerder weer gewoon aan het werk gegaan. Ook  de scholen zijn in de tweede week van januari weer begonnen. In ieder geval horen we voorlopig geen belletjes meer en hopen we maar dat Chris “Driving home for Christmas” Rea, ook op tijd thuis was.

Een fotorondje

Na een paar dagen met koorts, snotteren en hoesten vonden we het gisteren wel welletjes, we wilden er weer op uit. Het was een mooie dag voor een fotorondje. Omdat de dagen kort zijn, was het even goed uitkienen waar we wanneer ongeveer zouden zijn. Foto’s maken is altijd een uitdaging. Soms kun je gewoon parkeren en kun je vanaf de weg een foto maken. Een andere keer zie je een mooi plaatje maar kun je er niet parkeren, of staan er bomen voor. We hebben dan een aantal keuzes: geen foto maken, wat erg frusterend is, een heel stuk door diepe sneeuw waden of met een goede kaart een weggetje weten te vinden dat ons wat dichter in de buurt brengt. De laatste twee opties zijn overigens geen garantie voor succes. Te lang zoeken kan betekenen dat het licht veranderd is of dat net een enorme wolk voor de zon geschoven is die niet van plan is binnen afzienbare tijd te vertrekken. Daarom kun je na alle moeite alsnog tot de conclusie komen dat geen foto maken het beste is. Als het dan toch lukt om een foto maken, dan nog bestaat de kans dat we bij thuiskomst zeggen, hmmm dit was het toch niet. Zelfs op de selectie die de blog haalt hebben we af en toe nog wat aan te merken. Maar gisteren waren we, nog niet helemaal fit, in ieder geval weer op pad.

Het was even boven 0 en een soort ijzige mist hangt boven het meer.

IJsvissers trotseren de kou

Het kerkje van Venjan

Een prachtige zonsondergang

Schitterend zoals alles kleurt in de ondergaande zon

Lördagsmys: Brattfallet

De waterval Brattfallet ligt in de rivier de Halgå. De waterval is 10 meter hoog en ligt aan het begin van een diepe kloof. Tegenwoordig is het een bezienswaardigheid en het startpunt van een aantal wandelingen. Er starten twee korte wandelingen van 1 en 2 kilometer en een langere, de halgåleden, van 7 kilometer. In de winter is deze waterval een bezienswaardigheid omdat deze dan vaak bevroren is en er bizarre ijsformaties ontstaan.

Brattfallet in de winter

Brattfallet in de zomer

Toch zijn Brattfallet en de Halgå niet altijd een bezienswaardigheid geweest. De rivier is, net zoals veel rivieren in Zweden, tot het eind van de jaren 70 gebruikt voor houttransport. Hierbij liet men boomstammen de rivier afdrijven om ze uiteindelijk op een plek te krijgen waar ze verwerkt konden worden. Iemand die zich bezig hield met het transport van hout werd een flottare genoemd.

Brattfallet – “Timmerflottning,” Region Värmland, Värmlandsarkiv

Het lijkt zo eenvoudig: gooi boomstammen in de rivier en ze komen vanzelf op de plek waar ze moeten zijn. Niets is minder waar: boomstammen kwamen regelmatig klem te zitten en moesten weer losgemaakt worden. Dit betekent dat een flottare er naar toe moest om ze los te wrikken. Als ze dan los kwamen gingen ze ook meteen weer bewegen dus de flottare moest zich snel uit de voeten zien te maken zonder te struikelen. Als ze te vast kwamen te zitten werd het geheel met explosieven losgemaakt.

En dan zit het klem – “Skogsbruk,” Region Värmland, Värmlandsarkiv

Vanaf de jaren 60 werd het aantrekkelijk om hout met vrachtauto’s te transporteren en nam het transport via de rivieren af. Ook nu nog zie je de restanten van het oude houttransport via de rivier, langs de Halgå staat nog een voormalige flottarkoja. Deze hut werdt gebruikt door flottare om te overnachten. Tegenwoordig kan de hut gebruikt worden door toeristen die willen overnachten.

Bij Brattfallet in 1954 – “Timmerflottning,” Region Värmland, Värmlandsarkiv