Dag mooie zomer…

Anders Zorn

Gisteren zijn we naar het Zornmuseum in Mora geweest. Anders Zorn was schilder, etser en beeldhouwer en werd op 18 februari 1860 geboren in Mora. In de omgeving rondom Mora vind je veel terug van Zorn. Naast het museum ligt het voormalige landhuis Zorngården dat door hem en zijn vrouw Emma werd herbouwd. Verder ligt in Mora de Zorn Gammelgård, een openluchtmuseum waar hij gebouwtjes en schuurtjes verzamelde. Gopsmor, het toevluchtsoord en atelier van de kunstenaar, ligt even ten noorden van Mora.

Zornmuseum

Zorngården

Wij kenden het werk van Anders Zorn hoogstens van een prent die we af en toe zagen of een kalender bij de boekhandel. Het sprak ons in ieder geval aan en vandaag gingen we het werk van de kunstenaar van dichtbij bekijken. Het museum was chronologisch opgezet en zo wandelden we door het leven van Anders Zorn en zagen zijn werken.

Törnsnåret

Het schilderij “Törnsnåret” (de doornenstruik) heeft een verhaal: Tijdens een wandeling raakte de jurk van Emma vast in een een struik en ze vroeg Anders om haar te helpen. Hij zei echter dat ze stil moest blijven staan, pakte zijn schilderdoos en begon te schilderen. Dit soort momenten zijn voor ons ook herkenbaar, alleen duurt het maken van een foto iets minder lang dan het maken van een schilderij.

Zelfportret

Werk van Anders Zorn

Het museum is chronologisch van opzet en door de beschrijvingen krijg je een goed tijdsbeeld.

Mrs. Howe

Anders Zorn overleed op  22 augustus 1920 in Mora. Zijn vrouw Emma heeft (1860 – 1942) hem ruimschoots overleefd is de grondlegster van het Zornmuseum dat in 1939 in Mora werd geopend.

De grens opgezocht

Gisteren zijn we in de gemeente Älvdalen op pad geweest. De gemeentes, kommun, in Zweden zijn niet te vergelijken met de gemeentes in Nederland, al is het maar als het gaat om de oppervlakte. Älvdalen heeft een oppervlakte van bijna 7200 vierkante kilometer en is daarmee bijna net zo groot als Noord-Brabant en Limburg samen. Voor wat betreft inwoners liggen de verhoudingen ook anders: Älvdalen heeft iets meer dan 7000 inwoners terwijl Noord-Brabant en Limburg samen er 3,5 miljoen hebben. De omvang en het lage inwoneraantal zagen we gisteren ook in het landschap, het is uitgestrekt met hier en daar hele kleine dorpjes.

In de buurt van Idre zagen we de eerste rendieren. Dit keer zaten ze beter in hun vacht dan een paar weken geleden.  Ze blijven leuk om te zien, maar als ze weer voor je auto lopen heb je zoiets van “alweer rendieren” (en toch maak je dan weer een foto). Rendieren zijn overigens de enige hertensoort waarbij mannetjes en vrouwtjes een gewei hebben.

De vacht ziet er een stuk mooier uit.

Alweer rendieren

Het uitgestrekte landschap.

Na Idre zijn we afgeslagen richting het oosten en kwamen we in een stuk terecht waar echt helemaal niets was, behalve een schitterend uitgestrekt landschap. Langs  een deel van de weg stonden oude elektriciteitspalen met nog porseleinen isolatoren maar we hadden geen idee waar die draden nu allemaal naar toe moesten. Uiteindelijk bereikten we de grens met Jämtlands län, hier hield het voor ons op. We werken aan een boek over Dalarna en we stoppen dan ook bij de grenzen van die provincie anders houdt het nooit op. We hebben de camera’s opgeborgen en zijn vlug doorgereden totdat we het bord Dalarnas Län passeerden en we weer foto’s mochten maken (niet echt hoor, we hebben ook van dat stuk genoten, dus wie weet).

De grens. Herjedaelien Tjïelte is Samisch voor Härjedalens Kommun.

Op onze tocht door Dalarna hadden we nog plek waar we persé heen wilden. De informatie zat in ons archief, maar wilden zeker weten of we het goed hadden. In Dalarna en overigens ook in Värmland leven beren. Een van de plekken die we wilden bekijken was een berenhol. Dit hol was een paar winters geleden van een beer met twee jongen en we wilden zeker weten of het er nog was. Voor een buitenstaander lijken waarschijnlijk alle wegen op elkaar maar toen we op weg waren, wisten we dat we goed zaten. Ons geheugen liet ons niet in de steek, soms zijn het details die maken dat we een plek uit duizenden herkennen. Na een aantal kilometer vonden we de inham waar we destijds parkeerden en vrij snel vonden we het hol. Het hol is nu natuurlijk verlaten, maar de wetenschap dat er beren in de buurt leven en dat je bij een hol staat maken toch dat je extra goed oplet en bij ieder kraakje opkijkt. Terug bij de auto hebben we de lokatie meteen goed gedocumenteerd en de coördinaten vastgelegd. Er kon weer een onderdeel van ons lijstje afgevinkt worden.

Het berenhol.

Na ons bezoek aan het berenhol zijn we via allerhande wegen, in ieder geval niet via de doorgaande wegen, richting Stöllet gegaan. Plotseling zagen we naast de weg een vreemde hoop boomstronken. Dat er boomstammen naast de weg liggen is normaal, en regelmatig zien we ook de grote houttrucks (die ongekend hard over een onverharde weg denderen). Een hoop boomstronken is vreemd, als ze zo bij elkaar liggen levert dat bizarre vormen. Na onderzoek bleek dat de boomstronken verzameld werden voor het op de ouderwetse manier maken van teer.

Boomstronken

Van dichtbij en in zwartwit.

Al zwervend naderden we Stöllet. We praatten over de plannen voor morgen. We hadden geen idee, in Dalarna waren we klaar, we hebben het op vele manier doorkruist en alle grenzen opgezocht: Noorwegen, Jämtland, Västmanland, Närke, Värmland en Dalsland. We hebben nog genoeg te schrijven maar we besloten om morgen een dag vrij te nemen. Zijn we dan gewoon de hele dag thuis? Echt niet!

Bijna thuis, nog zo’n 30 kilometer te gaan.

 

 

Vergaderen

Gisteren hadden we onderweg een vergadering van het managementteam van Hem62. Na de opening van de vergadering door de voorzitter, ik laat maar even in het midden wie dat was, liepen we de agendapunten door.

Onze nieuwe reisgids: “Dalarna, rondom het Siljan” ligt op schema, zelfs nadat we een paar weken geleden onze plannen grondig gewijzigd hebben. Op dit moment worden de laatste teksten geschreven, het voltallige bedrijf (wij twee) stort zich daarna op het nogmaals kritisch doornemen van de tekst. Daarna wordt de tekst opgeleverd ter correctie en dan is die even uit handen van Hem62. Daarna doen we de layout en gaat het naar de drukker. De deadline is krap maar alle medewerkers (wij twee) gaan ervoor zodat we eind oktober op Scandinavië-XL de nieuwe reisgids kunnen presenteren.

Voorbereiding Scandinavië-XL: Hier blijken we meer werk aan te hebben dan we dachten. Onze standruimte is 5 meter bij 2 meter. Die willen we goed gevuld hebben en we moeten daarom nog het nodige aan materiaal ontwikkelen. Klanten moeten immers een goed beeld krijgen van wat we doen en wat de mogelijkheden zijn.

Hem62 Travel: Heeft even op een iets lager pitje gestaan omdat het zomerseizoen al begonnen was. Ondertussen hebben we niet stil gezeten. We hebben nog een nieuwe schitterende accommodatie kunnen toevoegen aan het assortiment en kunnen ook elandsafari’s gaan aanbieden.
Onze eerste ideeën voor een winterprogramma hebben we al: verblijf op een van onze locaties in een winterwonderland en dat gecombineerd met een aantal mogelijke activiteiten: sneeuwscootertocht, huskysleeën, arresleetocht, ijsvissen, skiën, langlaufen, etc. De website wordt hierop aangepast en na de zomer werken we de programma’s uit, hoe ze er precies uit gaan zien weten we nog niet. Heel misschien komen we zelfs met een speciaal WRC rally aanbod.

Wat verder ter tafel kwam: Een aantal nieuwe grote en kleine ideeën voor Hem62.

De rondvraag hebben we even laten zitten, tot onze schrik verscheen op het scherm van de navigatie “Stockholm”. Door deze acute situatie heeft het managementteam moeten ingrijpen om Hem62 weer op weg naar Stöllet te krijgen en werd de vergadering afgebroken.

Niet het Stockholm dat we kennen.

Het wagentje

Sinds we ons huis kochten en waarschijnlijk ook de jaren daarvoor al, stond er een door struiken overwoekerd wagentje in onze tuin. Voor ons een aardig ding om te zien maar veel hadden we er niet mee. De laatste jaren was de struik ernaast wat groter gegroeid en in de zomer werd het wagentje bijna helemaal aan het zicht onttrokken.

Een tijd geleden zaten we met Ineke te praten en kwam het gesprek op het wagentje in onze tuin. Ineke is paardenliefhebber en geïnteresseerd in alles wat met paarden te maken heeft. Voor ons was het gewoon wagentje, geen idee waar het vandaan kwam of wat het precies was. Ja, in de kelder stond nog een bankje dat er waarschijnlijk op hoorde, maar veel meer wisten we er niet van.

Gisteren kwam Ineke op bezoek om gezellig bij te praten. We hadden het over van alles, van bosbranden, tot zilver, dalapaarden én het wagentje. Uiteindelijk zijn we de tuin ingegaan en naar het wagentje gaan kijken. Na een grondige inspectie bleek het wagentje in het verleden dienst te hebben gedaan als plantenbak. We hebben geen idee hoe lang het geleden is, maar de grijze vuilniszakken die eronder lagen om het zand vast te houden, bleken de tand des tijds ruimschoots doorstaan te hebben. Ze waren vuil maar nog bijna in nieuwstaat. Dat was niet te zeggen van het wagentje, het hout heeft het in al die jaren behoorlijk te verduren gehad. Toen de potgrond waar het wagentje vol mee lag er af was, was het ding weer een groot aantal kilo’s lichter en na de struik nog wat geweld aan te hebben gedaan kwam het wagentje langzaam vrij. We konden nu zien hoe het ding in elkaar zat en of we het konden verplaatsen.

Op zoek naar het wagentje.

We zien al iets meer …

De assen bleken nog goed te draaien en door gelijktijdig heel voorzichtig aan de wielen te draaien kregen we het wagentje vooruit en even later stond het op het gras. Nu konden we goed zien wat er onder de struiken vandaag gekomen was. Het bleek een alleraardigst wagentje te zijn. En na een grondige inspectie kregen we ook een idee hoe het in elkaar gezeten heeft en met welk vernuft het geconstrueerd is.

De grondige inspectie, komt het wagentje door de keuring?

Na alles bekeken te hebben werden we zelf ook nieuwsgierig. Ik ben het bankje dat in de kelder stond gaan halen en het bleek wonderwel te passen. Nu kreeg het wagentje een heel ander aanzicht. Het moet in zijn goede jaren echt een leuk wagentje geweest zijn. Op het voorste bankje was nog iets van de verf te zien en we zagen dat het mooi beschilderd was geweest. Een nadere inspectie van het voorste bankje leverde op dat er een klep in zat die open kon. Onder die klep stond met potlood iets geschreven wat ik nog moet zien te ontcijferen misschien dat dat iets prijsgeeft over de geschiedenis van het wagentje.

Het wagentje in vol ornaat. Hampus had gezelschap gekregen van Kristian. Bij nader inzien kloppen de verhouding wagentje en paardjes niet helemaal.

Het wagentje staat op een wat betere ondergrond en de bankjes gaan allebei de kelder in.

Het wagentje zal waarschijnlijk nooit meer rijden maar wie weet vinden we er samen met Ineke een goede bestemming voor. Als het opgeknapt is, is het in ieder geval een leuk ding om te zien. Voorlopig blijf het bij ons in de tuin staan op een plek die niet overwoekerd raakt en op een ondergrond waarbij de wielen niet meer in het zand en gras staan.

Hampus en Kristian mochten even op het wagentje staan (als ze voorzichtig zouden doen).