Brattforsheden

Vandaag zijn we gaan wandelen Brattforsheden. Het weer zit ons de laatste dagen erg mee, stralende zon en tussen de 15 en de 20 graden. Brattforsheden is een natuurreservaat waarvan een deel valt onder het Europese Natura 2000 netwerk van beschermde natuurgebieden. Brattforsheden is heel divers, het bevat duinen, kraters, ravijnen en meanderende stroompjes. We hebben onze auto geparkeerd aan de rand van het meer Paradissjön en zijn onze wandeling begonnen. In dit stuk van Brattforsheden zijn de paden breed, het hoogteverschil niet al te groot en er liggen weinig rotsen waardoor we gemakkelijk wandelend konden genieten van de omgeving. Onderweg passeerden we een vindskydd (schuilhut) en zijn gaan zitten om even te genieten van de omgeving. Daarna zijn we begonnen aan de rest van onze wandeling. Toen we terugkwamen bij de auto zijn we even aan het rand van het meer gaan zitten, het was nog te koud voor een duik maar even in de zon zitten was ook wel erg lekker. We vragen ons wel eens af waarom sommige delen als natuurreservaat worden bestempeld, waar we hier ook wandelen of rijden, we wanen ons altijd in een natuurreservaat.

Dit keer geen heel dicht bos.

Af en toe omhoog kijken.

IJslandsmos.

De vindskydd. Een mooie plek om even te zitten.

Typisch toilet. Een plank met toiletbril en daaronder gewoon een ton. Er is zelf aan toiletpapier gedacht.

Terug bij de parkeerplaats.

Fräkensjömyrarna

Vandaag zijn we gaan wandelen in de Fräkensjömyrarna, een van de wandelingen uit onze reisgids over Värmland. De twee wandelingen die daar uitgezet zijn, zijn Alfaleden (1o kilometer) en Valpleden (4,5 kilometer). Dit gebied ligt in de buurt van Hagfors op de grens van Värmland en Dalarna. Om bij de parkeerplaats te komen rijd je een heel eind door de bossen over een onverharde weg. Toen we daar aankwamen hebben we eerst aan de picknicktafel in de zon zitten genieten en geluncht.  We waren de enigen en het was stil, we hoorden niet meer dan vogels en het geruis van de wind in de bomen. Na onze lunch zijn we op pad gegaan. Op de informatieborden staat welke planten en dieren je in de omgeving kunt aantreffen. Naast orchideeën, verscheidene soorten vogels en natuurlijk elanden, komen in het gebied ook wolven, lynxen en beren voor. De kans dat je een van die laatste drie in het wild tegenkomt is erg klein, maar onwillekeurig let je tijdens het wandelen toch extra goed op.

We zijn op pad.

Niet alleen wij genoten van de zon.

Een tijdje volgen beide paden een breed bospad. Na een paar honderd meter buigen ze af en gaan het bos in. Het pad werd smaller zodat we achterelkaar moesten lopen. Daar waar de routes zich splitsen staat een duidelijke wegwijzer. Ook als je de korte wandeling loopt is het aan te raden om een paar honderd meter de lange route te volgen totdat je aan de rand van het meer Fräkensjö staat en te genieten van het uitzicht. De toevoeging myrarna betekent moerassen en dat is te merken tijdens de wandeling. Sommige stukken waren nat en we moesten goed opletten om droog aan de overkant te komen. Op de hele natte stukken waren planken neergelegd zodat we die comfortabel konden oversteken.

Planken en zelfs een bruggetje.

Fräkensjö

Door het hele groene bos.

Een van de vele meertjes in het gebied.

Fräkensjömyrarna is een mooi gebied om te wandelen, het gebied is divers en er is iedere keer weer wat anders te zien. Het weer vandaag was prachtig. Het is haast niet voor te stellen dat we vorige week nog met -5 in de sneeuw stonden en dat het nu zo warm is dat we in een t-shirt konden wandelen.

 

 

Fämtleden

Vandaag hebben we Fämtleden gelopen. We hebben onze auto onderaan de waterval geparkeerd en zijn hier aan de wandeling begonnen. Het eerste stuk leidt je langs de waterval omhoog en onderweg zie je nog de resten van de industrie die hier vroeger zat. Onderweg wordt met informatieborden (alleen in het Zweeds) aangegeven wat er te zien is en vroeger gebeurde.

Rond 1830 begon de houtindustrie in het noorden van Värmland op te komen. Hout werd gekapt en de stammen werden via rivieren getransporteerd. Om dit te kunnen doen werden waterreservoirs aangelegd en de rivieren werden vrijgemaakt van obstakels. Rotsen werden opgeblazen om te voorkomen dat er opstoppingen zouden ontstaan. In de waterreservoirs werd hout opgeslagen totdat vrijgegeven kon worden van transport. Het hout dreef dan via de rivier naar de eindbestemming. In 1975 stopte men met het op deze manier transporteren van hout omdat dit steeds meer met vrachtauto’s gebeurde. Naast houtindustrie begon een aantal jaren later hier ook de ijzerindustrie. Femtå bruk was de järnbruk (ijzerindustrie) die hier tussen 1843 en 1862 zat. Ruwijzer (tackjärn) werd per boot via de Klarälv van Motjärn en Sunnemo hier naartoe gebracht. Ruwijzer is het materiaal dat ontstaat na de eerste fase van het proces waarbij ijzererts omgezet wordt in ijzer. Ruwijzer is bros en niet verwerkbaar. In Femtå bruk werd het ruwijzer veredeld tot grote staven smeedijzer (stångjärn). Dit ijzer werd daarna weer met boten over de Klarälv naar Edebäck getransporteerd.

Fämtfallet

Als je de bij de waterval omhoog loopt passeer je als eerste de restanten van een van de twee waterkrachtcentrales. In eerste instantie werden de gebouwen verlicht met petroleumlampen. Na de eerste wereldoorlog was het moeilijk om aan petroleum te komen en zocht men andere manieren om de gebouwen te verlichten. In 1919 werd daarom de eerste waterkrachtcentrale gebouwd met een capaciteit van 75 kilowatt. Al snel bleek dat de capaciteit van die centrale te laag was en werd een tweede waterkrachtcentrale gebouwd met een grotere capaciteit. In 1940 zijn beide centrales uit bedrijf genomen.
Bij de plaats van de eerste waterkrachtcentrale is nu een houten plateau gebouwd vanaf waar je een mooi uitzicht hebt op de waterval en de omgeving. Als je uitgekeken bent en je volgt het pad verder kom je op de plek waar vroeger de watermolen stond. In de eerste helft van de negentiende eeuw stonden in dit gebied zeven molens voor de boeren in de omgeving. Toen de ijzerindustrie gebouwd werd, was men gedwongen om de molens af te breken. In plaats daarvan werd er een grote molen aan de zuidkant van de rivier gebouwd die alle boeren kon bedienen. De boeren betaalden tol om hun graan te laten malen. De molen werd in 1930 uit bedrijf genomen en vervangen door een elektrische molen. Het gebouw van deze elektrische molen heb je misschien wel gezien toen je naar de waterval reed. Het is het gebouw dat je links naast de weg ziet net na de T-splitsing.

In de verte zie je de brug.

Daarna passeer je de plek van de bovenste waterkrachtcentrale en even later de plaats waar de zaag stond. Dit was een zogenaamde ramsåg (spanzaag) die er waarschijnlijk al stond in de 17de eeuw. De resten die er nu nog over zijn, zijn van rond 1870. De zaag werd met waterkracht aangedreven. In het begin bevatte de zaag slechts één zaagblad. In de hoogtijdagen bevatte de zaag 7 bladen. Zo kon men in één keer uit een stam meerdere planken zagen.

Uiteindelijk bereik je de bosweg en zie je rechts de brug. Hier begint de 7 kilometer lange wandelroute. Als je die wilt volgen steek je de weg over (dus niet de brug) en volg je de oranje markering. Aan het eind van de route keer je hier terug.

Hier stroomt de Femtan weer heel rustig.

Het pad wordt nu smal en volgt grotendeels het riviertje de Femtan. Soms hoor je de rivier razen en dan weer rustig kabbelen. Soms wandel je over een bospad dan weer loop je tussen de rotsen door. Na een tijd kom je op een open stuk en is het geluid van de rivier weg. Na verloop van tijd gaat het pad weer door de bossen richting de rivier. Het pad daalt en stijgt, de ene keer loop je naast de rivier en even later sta je bovenaan de kloof en zie je de rivier verder onder je. Uiteindelijk kom je bij de hangbrug over de rivier dit is een mooi moment om even uit te rusten. Het zwaarste stuk van de route zit er nu op.

Hoog boven de rivier.

De hangbrug.

De hele tijd ben je steeds omhoog gelopen. De terugweg gaat alleen maar bergaf en het pad blijft vlakker. Ons viel op dat door de winter en de bosbouwactiveiten de markering van de route niet meer helemaal goed was. Bij twijfel volg je de brede bosweg naar beneden en sla je voor de crossbaan (motorbana) rechtsaf, je komt dan vanzelf weer bij de brug uit.

Als je goed luistert … hoor je niets … nou ja, vogels.

Bij de brug staat een “minnesten” (gedenksteen). Deze steen is geplaatst tegelijk met het aanleggen van de oude weg en de brug in 1849. Hier steek je de brug over en volgt de route verder naar beneden zoals je gekomen bent.

Zoals zo vaak vergeet je de tijd tijdens een mooie wandeling (geen idee waarom dit op de picknicktafel stond).

Routebeschrijving:
Fämtfallet is te vinden door vanaf de kruising van de E45 en de 62 over de 62 richting Ambjörby te rijden. Na ongeveer 9 kilometer staat er een bord Femtåfallet. Hier sla je rechtsaf. Bij de T-splitsing sla je weer rechts af en even later ga je links schuin naar beneden een zandweg op. De waterval zie je dan aan je linkerkant. De wandeling Fämtleden zelf begint bij Övre Femtbron (de bovenste Femtbrug). Als je vanaf de waterval begint dan is het ongeveer een kilometer totdat je bij de brug bent. In plaats van 7 kilometer is de wandeling dan 9 kilometer. Mocht je bij de brug willen beginnen, rij dan terug naar de T-splitsing en neem dan de andere afslag en rij door tot de brug.

Topo GPS

Tip: We gebruiken de app Topo GPS tijden het wandelen. De app toont je lokatie op een topografische kaart en houdt je route bij. Je kunt er ook routes op plannen. De kaarten die je nodig hebt kun je thuis downloaden zodat je onderweg geen internetverbinding nodig hebt. Als je onderweg via de app een foto maakt wordt meteen bijgehouden waar die gemaakt is. Meer informatie is te vinden op de website van Topo GPS.

Hooi

Dit keer zijn we niet naar het zuiden getrokken maar naar het noorden van Dalarna. Hoe noordelijker we kwamen hoe winterser het landschap werd. Op weg naar Sälen konden we zien hoe goed de loipes in de bossen geprepareerd waren. We zagen een strook sneeuw die zich door het bos slingerde en er werd zelfs nog gelanglauft in het verdere sneeuwvrije bos. In Sälen was het stil, de meeste wintersporters hadden de regio al verlaten.

Onderweg naar Sälen.

Op de een of andere manier hebben we het idee dat na Sälen de wereld ophoudt. Aan de kleine 70 kilometer lange weg staan af en toe nog wat huizen en je passeert de dorpjes Sörsjön en Norrsjön en dat is het dan wel. Net voor Särna hebben we de afslag genomen naar de uitzichttoren Mickeltemplet. Vanaf de toren heb je een schitterend uitzicht op de omgeving.

Uitzicht vanaf Mickeltemplet.

Daarna zijn we doorgereden naar Särna om de oude kerk, Särna Gammelkryka, te bekijken. Helaas was het kerkje dicht en konden we binnen geen kijkje nemen. Särna behoorde vroeger tot Noorwegen en is op 24 maart 1644 veroverd door de Zweden. De verovering werd geleid door Kapelaan Buscovius die  hiertoe de opdracht had gekregen van koningin Kristina. De verovering heeft zonder slag of stoot plaatsgevonden. In het gebied van 4500 vierkante kilometer stonden ongeveer 20 boerderijen en er woonden slechts 100 mensen. In 1684 besloot met tot de bouw van het houten kerkje dat er nu staat. De oude kerk stamde nog uit de tijd dat het gebied bij Noorwegen hoorde en was te klein geworden. In 1881 wilde men weer een nieuwe kerk bouwen in Särna en het oude kerkje moest en zou weg. Men vond echter niemand die het kerkje wilde kopen en dus bleef het oude kerkje staan.  In 1953 heeft men het oude kerkje gerestaureerd. Het kerkje wordt gebruik voor doopplechtigheden en trouwerijen. In de zomer is het kerkje open en kun je het bezichtigen.

Särna Gammelkyrka

Net toen we weg wilden rijden kwam er een hele oude meneer met een steek (zo’n ouderwetse driehoekige hoed) op zijn hoofd op ons aflopen. De man had laarzen aan en een oude jas. Eigenlijk was het best wel een vreemde verschijning. Ik dacht nog “die is hier voor het een of ander” en wilde langzaam wegrijden. Hij moest toch echt ons hebben want hij kwam recht op de auto afgelopen. Nu had ik onze auto wat onhandig geparkeerd dus het zou zomaar kunnen zijn dat hij ging vragen of we hem weg konden zetten. Ik deed het raampje open en we wachtten op wat er komen ging. Tot onze verbazing zij de man in het Engels, “Do you want to see the church?” Dat wilden we wel, dus we stapten uit en volgden de man naar de kerk.  Hij deed de deuren voor ons open en we mochten naar binnen. Hij had al gezien dat we Nederlanders waren en gaf ons een foldertje en wees ons op de Nederlandse beschrijving van de kerk. Hij vroeg of we tijd hadden want hij wilde ons best een rondleiding geven. Wij hadden tijd en hebben hem uitgelegd dat hij de rondleiding in het Zweeds mocht doen. En zo kregen we een uitgebreide privé-rondleiding door het kerkje. Het was bewonderenswaardig hoeveel hij uit zijn hoofd wist over het kerkje. Aan het eind van de rondleiding kwam het gesprek op Nederland en bleek dat hij een woord Nederlands kende namelijk “hooi”. Verder was hij lang geleden in de Keukenhof geweest en vond de tulpen schitterend.

Interieur van de kerk.

Na ons bezoek zijn we verder gegaan via Idre naar Grövelsjön. In Grövelsjön was het nog echt winters. Je zag nog sneeuwscooters, ijsvissers en langlaufers. Het meer was nog bevroren en het sneeuwscooterpad werd nog volop gebruikt. We waren in de buurt en hebben Nippfjället en Städjan de twee hoge bergen in de regio nu eens een keer met sneeuw gezien. Een paar geleden zijn we in de zomer met de kinderen naar de toppen gewandeld.

Städjan.

Grövelsjön.

Voor de terugweg hadden we gekozen voor de route door Noorwegen via Drevsjø.

In de verte zie je de bergen in Noorwegen.

Op de terugweg via Noorwegen.