Ransäters Hembygdsgård

Vandaag was weer de jaarlijkse Antik- och Samlarmåssa in de hembygdsgård van Ransäter. Op de beurs zijn oude traktoren en auto’s te bekijken en wordt er antiek en loppis verkocht. Het is iedere keer een gezellige beurs waar veel te bekijken en te kopen is. Het is verbazingwekkend wat er allemaal te koop wordt aangeboden: glaswerk, serviesgoed, meubels, oude ansichtkaarten, legeruniformen, geweren, speelgoed, LP’s, CD’s etc. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt verkocht. Verder zijn de oude, voornamelijk Amerikaanse, auto’s die getoond worden schitterend. De beurs is volgend jaar weer, dus als je ‘m dit jaar gemist hebt, volgend jaar is er weer een kans.

Een rondje 62 en 45

Na ons punkteringsreparatieavontuur van gisterochtend, dat ver boven verwachting vlot opgelost was, zijn we eerst naar huis gegaan. Thuis hebben we nog maar een keer koffie gezet en hebben een plan voor de dag gemaakt.

Dit keer zijn we via de 62 richting Munkfors gegaan. We hadden al gezien dat er tussen Munkfors en Ransäter een nieuw ijscafé was. Nieuwsgierig zijn we daar een kijkje gaan nemen. We hadden het adres in onze navigatie gezet maar in Munkfors zagen we al vrij snel de bordjes “Glasscafé” staan. Het ijscafé, oftewel Stensdalens Glasscafé, ligt aan de Klarälvsbanan. De Klarälvsbanan is een 90 kilometer lang fietspad tussen Karlstad en Hagfors. Het traject is een voormalige spoorlijn die nu geasfalteerd is en waar geen auto’s mogen rijden (bij het Glasscafé kun je ook fietsen huren).
Bij Stensdalens Glasscafé hebben we genoten van een hele lekkere ijscoupe: vanilleijs, slagroom en warme hjortronjam. Aangezien deze coupe wel heel erg lekker was, vermoed ik dat de andere coupes minstens zo lekker zo zullen zijn.

Torsbergs Bygdegård

Vanuit Munkfors zijn we daarna via de 241 richting Sunne gereden. Onderweg hebben we nog even gekeken bij de loppis in Torsbergs Bygdegård. Ze hadden erg leuke spullen maar de mooie houten bank die we zagen ging echt niet in onze auto passen.

Sunne is de enige plek waar je tussen de meren Övre Fryken en Mellan Fryken kunt oversteken. Fryken bestaat uit drie meren: Övre Fryken, Mellan Fryken en Nedre Fryken, Het geheel is 80 kilometer lang en op zijn breedst 3 kilometer. De oversteek tussen Mellan Fryken en Nedre Fryken ligt bij Nilsby. In Sunne zijn we rechtsaf gegaan en hebben de E45 richting het noorden gevolgd. Onderweg zijn we langsgegaan bij de Jätteloppis in Stöpafors. Het verbaast me iedere keer weer hoeveel spullen ze in hun schuren hebben staan en waar ze ze vandaan halen. Het is ook nog eens allemaal netjes uitgestald en geprijsd. Ieder jaar staan er ook weer andere dingen. Dit keer zagen we zelfs een een beschuitbus waar gewoon in het Nederlands “Beschuit” op stond.

Jätteloppis.

Na de Jätteloppis zijn we terug de 45 op gegaan en zijn even later weer afgeslagen richting Tossebergsklätten. De weg naar de top stijgt over 2 kilometer ongeveer 200 meter. Dat klinkt niet veel maar de stijging is niet gelijkmatig en varieert heel sterk. De bochten zijn ook nog eens scherp en liggen vaak op bijna onmogelijke plekken. Eenmaal boven heb je een schitterend uitzicht over de omgeving en Fryken.

Uitzicht vanaf de uitkijktoren op Tossebergsklätten.

Toen we weer afgedaald waren hebben we onze rit via Torsby naar huis voortgezet.

 

Punktering

Gisteren hoorden we sissen en sputteren bij een van onze achterbanden. Na lang zoeken zagen we dat er iets in de rechterachterband zat en de band heel erg langzaam leeg liep. Gelukkig hebben we het gisteren nog tot thuis gered en zijn op internet op zoek gegaan naar een bandenservicebedrijf in de buurt.

Na wat zoeken vonden we een bandenbedrijf in Ekshärad. We hadden al eerder gezien dat bij dit soort bedrijven vooral ochtendmensen moeten werken, ze waren namelijk om 7 uur al open. Ze sluiten dan wel weer om 16 uur. Wij reden daarom vanmorgen in alle vroegte naar Ekshärad. We hadden ook geen idee hoe lang het allemaal ging duren en of ze ons ook wel konden helpen.

De werkplaats.

Even na zevenen waren we bij Däckteam. De werkplaats was al open en iedereen was druk bezig. We liepen naar binnen en niet veel later kwam er een monteur naar ons toe en vroeg of hij ons kon helpen. Ik zei dat ik een gaatje in mijn band had, in het Zweeds “punktering”. Hij liep mee naar buiten, keek even en zei dat ik de auto wel even binnen kon zetten. Daarna ging hij zonder nog wat te zeggen aan de slag.

De wachtruimte. Zo te zien nog in aanbouw.

Er wordt aan gewerkt.

De auto werd opgekrikt, het wiel ging er af en de band van de velg. Het bleek maar een klein gaatje te zijn en de band kon gerepareerd worden, tenminste dat maakten we op uit de handelingen van de monteur want hij was, op zijn zachtst gezegd, niet bepaald spraakzaam. Het gaatje werd gerepareerd, de band ging weer op de velg, daarna werd het geheel nog gebalanceerd. Tenslotte monteerde hij het wiel weer op de auto en stonden we weer op vier wielen.

Al met al waren we een klein half uur later alweer helemaal klaar en konden we aan de dag beginnen. We hebben ons op de terugweg nog verbaasd over de spraakzaamheid van de monteur. Veel meer woorden dan “Hej”, “punktering” en “tack” hadden we niet nodig. Maar de service van het Däckteam in Ekshärad was geweldig! Stort tack!!!

De boosdoener.

Siljansringen

We hebben in het verleden al vaker een “rondje Siljan” gedaan via Mora, Rättvik, Leksand en Gesunda. Je rijdt dan om het Siljan heen en komt zo langs leuke plaatsjes en mooie plekken. Gisteren hebben een rondje Siljansringen gedaan en die route ziet er heel anders uit. De Siljansringen is de grootste krater in Europa en heeft een diameter van ongeveer 50 kilometer. De krater is ongeveer 377 miljoen jaar geleden ontstaan toen een meteoriet met een diameter van 4 kilometer insloeg op de aarde. Na de inslag was de krater zo’n 20 kilometer diep. De krachten uit het binnenste van de aarde drukte de rotsen weer terug terwijl de randen juist weer inzakten waardoor er een soort koepel ontstond. Aan de rand van de inslag is een aantal meren ontstaan, waarvan Siljan het grootste is. Andere meren die aan de rand liggen zijn de Orsasjön, Skattungen en de Oresjön.

Siljansringen (kaart: Lantmäteriet)

Onze eerste stop was gisteren Kroknäs Udde tussen Mora en Rättvik aan het Siljanmeer, om de plannen voor de dag verder door te nemen en koffie te drinken. Kroknäs Udde is een landtong in het Siljan en ondanks de vele boothuisjes is het er altijd rustig. Er is een kiezelstrand er staan bankjes en er is zelfs een mooie schuilhut. Kamperen mag er niet en campers kunnen het niet bereiken omdat aan het begin van het weggetje een poort gemaakt is waar grote voertuigen niet onderdoor kunnen.

De plannen worden doorgenomen.

Aan de ene kant kiezelstrand en aan de andere kant van Kroknäs Udde een grasveld en een zandstrandje.

Alles is opgeruimd, we gaan verder.

Onze eerstvolgende stop was Nittsjö Keramik. Dit fabriekje is rond 1843 ontstaan toen hier nog bakstenen gemaakt werden. Later is men ook gebruiksvoorwerpen gaan maken. Het gebouw dat er nu staat stamt uit 1896. Er wordt nu nog keramiek gemaakt en door de ramen kun je zien hoe er gewerkt wordt. In de winkel wordt het keramiek verkocht.

Nittsjö keramik

De winkel.

Nu we toch in de buurt waren zijn we op zoek gegaan naar Skålberget, de oude kalksteengroeve in de buurt. De kalkoven bij Skålberget is in 1927 gebouwd en de ruïne is nog te zien. De kalkoven is tot ongeveer 1960 in gebruik geweest.

Het water in de groeve krijgt een vreemde groenachtige kleur.

Restant van de oude kalkoven.

Na ons bezoek zijn we weer richting Rättvik gereden en via de 301 naar Övre Gärdsjö. Övre Gärdsjö en Nedre Gärdsjö zijn twee oude boerendorpjes en in de omgeving zie je dan ook veel akkers en weilanden. Voor onze lunch zijn we neergestreken bij Ollas Olles Gård. De gebouwtjes die er staan zijn uit de 19de eeuw en liggen op een mooie plek. In de omgeving kun je mooi wandelen langs de oude paden en wegen.

Bij Ollas Olles Gård.

Na onze lunch zijn we de 301 verder gevolgd naar Boda. Bij Boda hebben we de afslag naar Styggforsen genomen. Styggforsen is een waterval met een valhoogte van 36 meter en je wandelt er langs steile rotsen en door donkere bossen. Het verbaasde ons dat deze waterval nu eens gemakkelijk te vinden was én goed te bereiken. Er zijn een mooie parkeerplaats en een cafeetje. De rotsen rondom de waterval zijn ontstaan als gevolg van de meteorietinslag die ook de rest van de Siljansringen vormde. Het wandelpad rondom de waterval is een kleine kilometer lang en goed begaanbaar.

Styggforsen.

Na Styggforsen zijn we binnendoor naar Gammelstan bij Norrboda gereden. Hier staan ruim 20 oude schuurtjes, huisjes en twee 17de-eeuwse oude boerderijen. Je kunt er op eigen gelegenheid rondkijken of gewoon stoppen voor een picknick. Hierna ging onze route verder richting Ore en Furudal.

Gammelstan bij Norrboda.

Oresjön. Helemaal in de verte kun je, als je goed kijkt, het kerkje van Ore zien.

Na Ore reden we door Skattungsbyn aan het meer Skattungen om vervolgens weer via Orsa in Mora uit te komen. Net voor Orsa besloten we om nog een omweg te maken en naar Storstupet en Helvetesfallet te gaan kijken. Beiden staan aangeven met borden aan de weg tussen Skattungbyn en Orsa. Bij Storstupet zie je de 34 meter hoge spoorbrug van de Inlandsbanan. Vanaf de spoorbrug heb je een mooi uitzicht over het ravijn en de omgeving.

Storstupet. In de verte de spoorbrug.

Ongeveer 6 kilometer verderop kom je uit bij Helvetesfallet. Helvetesfallet bekent vrij vertaald “de helse waterval”. De wandeling naar de waterval is niet heel gemakkelijk, regelmatig liepen we over gladde rotsen. Toen we aan de rand van het ravijn stonden zagen we in de verte de hangbrug. We vroegen ons af die wel stevig genoeg zou zijn, de waterval moet toch ergens zijn naam van gekregen hebben. Eenmaal bij de hangbrug aangekomen bleek het mee te vallen. Afgezien van de hoogte boven het water en het lichtjes wiebelen konden we toch even naar de overkant en weer terug.

Helvetesfallet. Als je goed kijkt zie de hangbrug.

Vanaf de hangbrug zie je goed de kloof.

Helvetesfallet was onze laatste stop voor vandaag. De hele dag waren de weergoden ons goed gezind. Het heeft regelmatig geregend onderweg maar bij iedere stop was het droog en scheen zelfs de zon.

Orsasjön.

Balzerjungfrun

Vanmorgen zijn we naar Älvdalen gereden om te wandelen en rond te kijken. We rijden hier zo vaak dat we de weg kunnen dromen. Onderweg zeiden we tegen elkaar dat het tijd was voor fika. Zonder veel te zeggen slaan we dan een voor ons bekend zijweggetje in en even later staan we aan een meertje. Zoals gewoonlijk zijn we alleen en genieten van de omgeving.

Tijd voor fika.

Toch vreemd dat niemand dit plekje met het grote grasveld, strandje, bankjes en schuilhut lijkt te kunnen vinden. We zien wel dat de vuurplaats of barbecue af en toe gebruikt wordt dus we zijn niet de enigen. We pakken onze gasttoestel en keteltje en gaan koffie zetten. Ondertussen genieten we van de omgeving. Als je zelf koffie zet moet je wel tot rust komen, het duurt gewoon even tot het water kookt. Na de koffie met koekjes ruimen we onze spullen op en rijden verder.

Het oude tingshus (rechtbank) in Älvdalen. Het is nu een bibiliotheek.

Op weg naar Svartberg.

Onze eerste wandeling voor deze dag zou naar de Balzerjungfrun gaan. Om het startpunt te vinden hebben we behoorlijk wat moeten puzzelen. De beschrijving ging niet veel verder dan start bij de zomerboerderij Svartberg en volg de rood-gele markering. Svartberg stond niet op onze kaart en de navigatie wist het ook niet te vinden. Na wat zoekwerk wisten we echter via internet de coördinaten van Svartberg te achterhalen. We hebben ze in onze navigatie ingevoerd en gingen op pad. We kwamen op een verharde weg terecht met een schitterend uitzicht, we konden ons niet herinneren hier ooit geweest te zijn. Even later moesten we afslaan en reden over een nog mooiere, maar onverharde, weg door de bossen en klommen steeds hoger. Onderweg genoten we van het uitzicht, op de weg lag gravel waardoor ik toch moest opletten om niet te gaan schuiven, zeker op de stukken waar er geen vangrail was. Uiteindelijk daalden we een stukje af en reden door de bossen. Niet veel later zagen we de huisjes van de oude overgroeide zomerboerderij waar zelfs een bordje stond dat aangaf dat hier de wandeling begon.

Onderweg naar deze plek hadden we al wat buien gehad, nu was het droog en scheen de zon. Ondertussen was het al ruim voorbij lunchtijd. Voordat we aan de tocht begonnen hebben we ons tafeltje uitgeklapt en hebben geluncht met soep, broodjes en een salade. Na de lunch begonnen we onze wandeling die erg goed gemarkeerd was. We verlieten de zomerboerderij en gingen over een smal pad steeds dieper het bos in op weg naar de Balzerjungfrun. Onderweg begon het te betrekken maar we hielden het vooralsnog droog. Regelmatig keken we op de kaart hoe ver we al gelopen hadden. Balzerjungfrun stond wel op de topografische kaart maar de exacte locatie was niet aangegeven. We vroegen ons onderweg daarom ook af waar ze zich verstopt zou hebben. Uiteindelijk zagen we in de verte de Balzerjungfrun.

In de verste de Balzerjungfrun.

Het verhaal over de Balzerjungfrun is ongeveer als volgt:
Lang geleden was er een groep mensen en dieren op weg naar de afgelegen zomerboerderij Nupp. Helemaal achteraan liep een jong meisje. Na een tijdje miste men haar en vroeg zich af waar ze gebleven was. De mensen zijn toen teruggelopen en vonden haar onderaan een afgebroken boom. Ze was er waarschijnlijk op gaan zitten en achterover gevallen en had haar nek gebroken. Na haar begrafenis heeft men haar kleren op deze afgebroken boom gezet en hiermee was de eerste Balzerjungfrun geboren. Ze draagt een geldbuidel die een keer per jaar geleegd wordt in de Lazarus offerkist in de kerk van Älvdalen. Volgens zeggen wordt je achtervolgd door ongeluk als je geen gift achterlaat.

Balzerjungfrun

Na haar bekeken te hebben én een gift gedaan te hebben, je weet maar nooit, zijn we aan de wandeling terug begonnen. We hebben het de hele weg droog gehouden en zelfs de zon scheen dus de gift is het zeker waard geweest.

Onderweg. In de verte de rijksweg 70.

De volgende korte wandeling die we wilden doen is naar de waterval van Stop. Ook om deze plek te vinden hebben we moeten zoeken, maar we hebben hem gevonden. De wandeling naar de waterval is erg kort. Het eerste stuk is een breed bospad en we vonden dat dit wel erg gemakkelijk was. Het laatste stuk naar de waterval ging echter steil naar beneden over scherpe rotsen en de regen maakte het pad ook nog eens glad. Suzanne is daarom boven blijven wachten terwijl ik over het pad naar beneden ben geklauterd.

De waterval van Stop (Stops vattenfall).

Eenmaal beneden kon ik het pad langs riviertje over de rotsen volgen tot bij de waterval. Het tochtje was de moeite waard, ik stond beneden aan een mooie waterval. Na foto’s gemaakt te hebben ben ik weer teruggegaan. Het stuk terug de berg op ging een stuk gemakkelijker dan de berg af en niet veel later stond ik weer boven en wandelden we terug naar de auto.

Onze laatste stop van vandaag was de vistrap bij Stora Fjätfallen. Deze plek was voor de verandering eens eenvoudig te vinden, maar daarom niet minder mooi. Via de kunstmatig aangelegde vistrap kan zalm gemakkelijk de rivier stroomopwaarts volgen. Naast de vistrap ligt ook nog eens een hele mooie stroomversnelling. We hebben genoten van de omgeving en het watergeweld. Toen we uitgekeken waren zijn we weer op weg naar Stöllet gegaan. We waren laat thuis maar hebben de dag weer maximaal benut.

De vistrap bij Stora Fjättfallen.

Stora Fjättfallen.

Stora Fjättfallen.